Rb. Limburg 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:8347 – Sluiting Opiumwet negen maanden na vondst drugs niet langer een geschikt middel.

Print deze pagina

Instantie Rechtbank Limburg

Datum uitspraak: 26 augustus 2025

Datum publicatie: 27 augustus 2025

ECLI: ECLI:NL:RBLIM:2025:8347

Fragment:

Geschiktheid

6. Eisers hebben aangevoerd dat het tijdsverloop tussen het constateren van de overtreding en het tijdstip van sluiting ertoe kan leiden dat een sluiting van de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Eisers verwijzen in dit verband naar de hiervoor al vermelde recente uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025.12 Eisers stellen dat in hun geval sprake is van een dergelijk tijdsverloop en dat het sluiten van de woning geen geschikt middel meer is om enig doel te bereiken. Eisers menen dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en dat niet is gebleken van overtredingen en/of overlast na 18 december 2024, de dag van het onderzoek in de woning. Eisers stellen zich dan ook op het standpunt dat een woningsluiting, negen maanden na constatering van de overtreding, ongeschikt is.

6.1.
De burgemeester stelt in het bestreden besluit – onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 8 december 2021(Yin Yang)13 – dat vanaf de datum dat de sluiting oorspronkelijk zou zijn ingegaan tot nu, nog geen jaar is verstreken en dat hij dan ook niet opnieuw de noodzaak van de woningsluiting hoeft te beoordelen. De noodzaak tot sluiting mag nog steeds verwacht worden aanwezig te zijn, aldus eisers.

6.2.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat de last onder bestuursdwang om een woning, waarin drugs worden gevonden, tijdelijk te sluiten een herstelsanctie is om een geconstateerde overtreding van de Opiumwet en de negatieve gevolgen daarvan te beëindigen en om verdere overtreding te voorkomen.

6.3.
Uit de al eerder vermelde uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025 blijkt dat tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge de besluitvorming tot sluiting overgaat, ertoe kan leiden dat het sluiten van de woning niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen, die met de sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan namelijk de situatie ontstaan dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en de negatieve gevolgen al ongedaan zijn gemaakt. De burgemeester zal altijd in zijn besluitvorming moeten beoordelen of sluiting op het beoogde tijdstip, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Als de situatie is hersteld en de burgemeester daardoor zijn beoogde doelen niet meer kan bereiken, is sluiting niet langer geschikt.14

6.4.
De voorzieningenrechter stelt vast dat op 18 december 2024 de verdovende middelen zijn aangetroffen in de woning. De woning is feitelijk nog niet gesloten geweest. Dit is voor een deel toe te schrijven aan de uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 april 202515, waarbij het primaire besluit werd geschorst en de burgemeester de woning niet mocht sluiten tot twee weken na bekendmaking van het besluit op bezwaar. In het besluit op bezwaar (het bestreden besluit) in samenhang bezien met de correctiebrief van 9 juli 2025 heeft de burgemeester de sluiting van de woning bepaald op 16 september 2025. Dat is negen maanden na de overtreding van de Opiumwet c.q. het aantreffen van de verdovende middelen door de politie in de woning. De burgemeester heeft zich in het bestreden besluit – in navolging van het advies van de commissie bezwaarschriften van de gemeente Bergen – op het standpunt gesteld dat er in het geval van eisers sprake is van een ernstig geval. De woning van eisers speelt volgens de burgemeester een rol bij de handel van drugs, wat risico’s meebrengt voor de directe omgeving. De burgemeester heeft met de sluiting beoogd de bekendheid van de woning als drugspand weg te nemen en de loop naar het pand eruit te halen.

6.5.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door de burgemeester genoemde redenen na negen maanden niet voldoende zijn om tot sluiting van de woning over te gaan. De ernst van de overtreding alleen is daarvoor onvoldoende. Verder zijn er geen meldingen van overlast meer geweest na 18 december 2018, die zouden kunnen wijzen op handel vanuit de woning. Nu de sluiting van de woning pas negen maanden na het constateren van de overtreding plaats vindt en in de tussentijd niets meer is gebeurd, kan worden aangenomen dat de situatie ter plaatse inmiddels is hersteld en de negatieve gevolgen van de overtreding zijn weggenomen. De bekendheid van de woning als drugspand en de mogelijke rol van de woning in het criminele circuit zijn, zo heeft het tijdsverloop uitgewezen, niet langer aan de orde. Hierdoor is sluiting van de woning naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet langer een passend middel om de beoogde doelen te bereiken. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting, zoals het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geschikter. Het betoog van eisers slaagt.

6.6.
Uit het voorgaande volgt al dat het beroep gegrond is. Het is niet nodig om de overige beroepsgronden te bespreken. De voorzieningenrechter zal dit wel nog doen – zij het vrij kort – ten aanzien van de belangen van het minderjarig kind van eisers.

6.7.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester in het kader van de evenwichtigheid van de woningsluiting de nadelige gevolgen daarvan voor het minderjarig kind in het bestreden besluit onvoldoende heeft meegewogen in de belangenafweging. Op zitting is gebleken – en door de burgemeester wordt erkend – dat het heel lastig is om vervangende woonruimte te vinden in Siebengewald en omgeving. Daar komt nog bij dat het budget van eisers beperkt is. Ook is de voorzieningenrechter van oordeel dat het minderjarig kind van eisers, gelet op zijn leerproblematiek, op de school in Siebengewald moet blijven, omdat hij daar intensief wordt begeleid en hij daar baat bij heeft. De door de burgemeester voorgestelde alternatieven (voorbeelden) voor tijdelijk onderkomen (gevoegd als bijlage bij het bestreden besluit), kwalificeren naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet als geschikte woonruimte. Het betreft bijvoorbeeld kamerverhuur en anti-kraak woningen die in sommige gevallen bovendien te ver weg zijn van de school in Siebengewald. Het wisselen van basisschool als gevolg van een verhuizing buiten de regio zou negatieve effecten hebben op het kind. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang van de burgemeester bij sluiting van de woning (inmiddels) minder zwaar weegt dan het belang van het kind om naar zijn eigen vertrouwde school te kunnen blijven gaan.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBLIM:2025:8347

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *