ABRvS 21 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5036 – Hoewel tijdsverloop als omstandigheid kan worden meegewogen bij de beslissing om van handhaving af te zien, kan daar in dit geval niet het gerechtvaardigd vertrouwen aan worden ontleend dat het college niet meer zou handhaven.

Print deze pagina

Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 21 oktober 2025

Datum publicatie: 22 oktober 2025

ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:5036

Fragment:

Vertrouwensbeginsel

15.     [verzoeker] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat handhaving in strijd is met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, want de bijbehorende voorzieningen zijn al jaren zichtbaar op het perceel aanwezig en dat is ook bij de gemeente bekend. Zo staat al 50 jaar een container in de paardenweide die als stal en berging wordt gebruikt, terwijl uit de uitspraken van de Afdeling van 23 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:559) en 26 april 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:1241) volgt dat tijdsverloop als omstandigheid kan worden meegewogen bij de beslissing om van handhaving af te zien. Na zo’n lange duur van niet-handhaven kan het college, bij een afweging van de belangen, niet langer een beslissing nemen om alsnog tot handhaving over te gaan, ook omdat derden geen hinder ondervinden van de bouwwerken.

15.1.  Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij of zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe.

Vereist is dat de toezegging, andere uitlating of gedraging afkomstig is van het bevoegde bestuursorgaan of aan het bevoegde bestuursorgaan moet worden toegerekend. Van toerekening van een onbevoegde uitlating is sprake als de betrokkene in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht veronderstellen dat degene die de uitlating deed of de gedraging verrichtte de opvatting van het bevoegde orgaan vertolkte.

15.2.  Hoewel tijdsverloop als omstandigheid kan worden meegewogen bij de beslissing om van handhaving af te zien, kon [verzoeker] daaraan naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval niet het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat het college niet meer zou handhaven. Van belang is dat het tijdsverloop niet zo lang is als [verzoeker] doet voorkomen. Voor de twee grotere zeecontainers geldt dat deze sinds 2013 op het perceel zijn geplaatst, zodat dit tijdsverloop in zoverre gering is. Weliswaar was er sinds 1970 een kleinere container aanwezig op het perceel, maar die is in de loop der jaren verschillende keren verplaatst, waarbij bovendien het gebruik omstreeks 2013 is veranderd van schuilgelegenheid naar opslag voor hooi en voer. Het tijdsbestek tussen dat moment en het moment waarop [verzoeker] wist dat het college voornemens was om een last onder dwangsom op te leggen is niet van dien aard, dat [verzoeker] daaraan het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat het college niet meer zou handhaven.

Het betoog slaagt niet.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:5036

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *