ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:217 – Procesbelang: last geldt niet voor rechtsopvolger en overtreder is weg. Procesbelang is daarmee vervallen.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 14 januari 2026
Datum publicatie: 14 januari 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:217
Fragment:
Beroepen tegen de besluiten van 19 en 20 juni 2023
4. De Afdeling komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep van [appellanten] tegen de besluiten van 19 en 20 juni 2023. [appellanten] hebben namelijk geen procesbelang meer bij een beoordeling daarvan. Bij deze besluiten heeft het college besloten de opgelegde last onder dwangsom van 17 maart 2020, om verschillende overtredingen op het perceel ongedaan te maken, op te heffen op grond van artikel 5:34, tweede lid, van de Awb en om het bezwaar van [appellanten] tegen de besluiten van 17 en 19 maart 2020, over handhavend optreden tegen het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een deel van het perceel als tuin, niet-ontvankelijk te verklaren. De Afdeling licht dat hierna toe.
4.1. Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Daarbij gaat het erom of het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft de appellant die opkomt tegen een besluit procesbelang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij die procedure ontbreekt of is komen te vervallen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 14 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1610, moet het gaan om een actueel en reëel belang bij een inhoudelijke beoordeling van het (hoger) beroep. Als dat belang is vervallen, is de bestuursrechter niet geroepen uitspraak te doen uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.
4.2. De reden voor [appellanten] om beroep in te stellen is omdat zij willen dat het college wél handhavend optreedt tegen het strijdig gebruik van het weiland achter de woning op het perceel. Bij brief van 19 augustus 2025 hebben [partijen] aangegeven dat zij inmiddels zijn verhuisd. Het college heeft dit op de zitting ook bevestigd. De Afdeling stelt vast dat het college de last onder dwangsom aan [partijen] heeft opgelegd en dat een clausule als bedoeld in artikel 5.18 van de Wabo, waarmee het besluit tot oplegging van de last ook geldt voor hun rechtsopvolger, in dat besluit ontbreekt. Het is daardoor niet mogelijk om het besluit waarbij de last is opgelegd tegenover de rechtsopvolgers van [partijen] of iedere verdere rechtsopvolger ten uitvoer te leggen. Door de verhuizing van [partijen] kan het doel van [appellanten] met de beroepen tegen de besluiten van 19 en 20 juni 2023 dus niet meer worden bereikt. Zij hebben daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van deze beroepen.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:217
Leave a Reply