ABRvS 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2039 – Toekennen ‘(straf)punten’ voor overtreding die kunnen leiden tot intrekking vergunning is geen punitieve sanctie.

Print deze pagina

Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 22 april 2026

Datum publicatie: 22 april 2026

ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:2039

Is het besluit een punitieve sanctie?

3.       In besluit 2 heeft de minister aan [appellant A] 8 (straf)punten toegekend en aan [appellant B], de schipper van het schip in die periode, 4 (straf)punten.

[appellanten] voert in de eerste plaats aan dat het toekennen van punten moet worden beschouwd als een punitieve sanctie. De rechtbank is, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 13 mei 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1226, volgens hem ten onrechte tot het oordeel gekomen dat het toekennen van punten geen punitieve sanctie is. [appellanten] wijst op het feit dat zowel [appellant A] en Zoon als [appellant B] door het Hof Amsterdam bij uitspraken van 28 januari 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:222 en ECLI:NL:GHAMS:2025:223, schuldig zijn verklaard voor overtreding van het nadere voorschrift. Het Hof heeft daarbij volstaan met schuldigverklaring zonder straf. Besluit 2 is een punitieve sanctie en de minister heeft het ne bis in idem-beginsel geschonden door dat besluit te nemen, aldus [appellanten].

4.       De Afdeling overweegt als volgt. In de uitspraak van 13 mei 2020 heeft de Afdeling verwogen dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in het arrest Engel en anderen tegen Nederland van 8 juni 1976, (ECLI:CE:EHCR:1976:0608JUD000510071, §82) drie criteria heeft geformuleerd voor de bepaling of een sanctie punitief is. Het Hof van Justitie van de Europese Unie past deze criteria ook toe op het Unierecht (zie onder andere het arrest van het Hof van Justitie van 5 juni 2012, Bonda, ECLI:EU:C:2012:319, punten 36-45). Voor de vraag of een sanctie is gebaseerd op een criminal charge wordt getoetst aan de drie criteria die het EHRM in paragraaf 82 van het arrest van 8 juni 1976 heeft geformuleerd. Ten eerste is de classificatie van de overtreding naar nationaal recht van belang, ten tweede de aard van de overtreding – mede bezien in relatie tot het doel van de sanctie – en ten derde de aard en zwaarte van de sanctie. Deze criteria zijn niet cumulatief: het voldoen aan één van deze criteria kan in bepaalde gevallen reeds leiden tot de conclusie dat van een criminal charge sprake is. Daarnaast is mogelijk dat het tweede en derde criterium in samenhang bezien een dergelijke conclusie kunnen rechtvaardigen (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1142, onder 6.1). Verder heeft de Afdeling in de uitspraak van 13 mei 2020 onder 7.2 overwogen dat het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) tot doel heeft dat de visserij en aquacultuur ecologisch, economisch en sociaal duurzaam worden geëxploiteerd. Daarvoor zijn in het GVB instandhoudings- en beheersmaatregelen vastgesteld. Vissen in strijd met deze instandhoudings- en beheersmaatregelen wordt als een ernstige inbreuk op het GVB aangemerkt. Uit de preambule van de Europese Verordening (EG) nr. 1224/2009 (de Controleverordening) en de bepalingen in titel VIII ‘Handhaving’ kan het volgende worden afgeleid over de handhaving van schendingen van het GVB. De lidstaten moeten erop toezien dat de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor een ernstige inbreuk een administratieve sanctie opgelegd krijgt en/of strafrechtelijk wordt vervolgd overeenkomstig het nationale recht. Daarnaast geldt het puntensysteem, dat in de Controleverordening is uitgewerkt. Puntentoekenning is volgens de Europese wetgever dus iets dat naast een administratieve of strafrechtelijke sanctie bestaat. Het puntensysteem is een handhavingsinstrument ten behoeve van de naleving van de instandhoudings- en beheersmaatregelen. Met de toekenning van punten wordt beoogd de inbreuk op de instandhoudings- en beheersmaatregelen te beëindigen en verdere inbreuk te voorkomen. Niet is beoogd de overtreder te straffen of leed toe te voegen. Het feit dat aan de strafrechtelijke verdenking dezelfde feiten ten grondslag liggen als aan de puntentoekenning, maakt niet dat die laatste maatregel punitief wordt. Er bestaat daarnaast geen aanleiding om de toekenning alleen op basis van de zwaarte van de maatregel als een punitieve sanctie aan te merken, omdat de toekenning van punten geen directe gevolgen heeft gehad voor de vergunning.

4.1.    De Afdeling ziet in hetgeen [appellanten] betoogt geen aanleiding voor een ander oordeel dan in de uitspraak van 13 juni 2020. De Afdeling betrekt daarbij dat het enkele toekennen van deze punten niet hoeft te leiden tot een besluit tot schorsing of intrekking van een vergunning. Onder die omstandigheden is de toekenning van punten aan [appellanten] niet aan te merken als een punitieve sanctie.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:2039

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *