ABRvS 11 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1793 – ontbreken privaatrechtelijke toestemming van huurder om last uit te voeren komt voor risico eigenaar pand.

4.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij als overtreder moet worden aangemerkt. [appellant] voert aan dat hij niet als overtreder kan worden aangemerkt omdat hij niet degene is die de kebabzaak exploiteert maar via zijn [bedrijf] slechts de verhuurder van de ruimte is. Verder voert hij, onder verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling van 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3347, aan dat hij niet in staat is om de last uit te voeren en het gebruik van de ruimte door [partij] te beëindigen. [appellant] stelt dat in de huurovereenkomst voor de ruimte is opgenomen dat opzegging door de verhuurder binnen tien jaar niet mogelijk is.

4.1.    De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat [appellant] als overtreder kan worden aangemerkt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat [appellant] eigenaar van het (bedrijfs)pand aan de [locatie] is en als eigenaar en bestuurder van [bedrijf] de ruimte verhuurt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:849), moet, gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, onder “gebruiken van gronden” als bedoeld in deze bepaling mede worden verstaan het “laten gebruiken van gronden” (Kamerstukken II 2006/07, 30 844, nr. 3, blz. 94). De Afdeling stelt vast dat nadrukkelijk uit de verhuurovereenkomst met de exploitant van de kebabzaak volgt dat de benedenverdieping is verhuurd als cafetaria. Gelet hierop heeft de rechtbank naar het oordeel van de Afdeling in dit geval terecht geoordeeld dat het college [appellant] kon aanmerken als overtreder. Indien uit feiten en omstandigheden blijkt dat de verhuurder overtreder is, komt de vraag aan de orde of de verhuurder het in zijn macht heeft de overtreding te beëindigen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, vormt een contractuele verhouding van verhuurder tot zijn huurder geen beletsel om de last uit te voeren. Zie in dit verband bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD8310. Dat de voor [appellant] benodigde privaatrechtelijke toestemming ontbreekt bij het uitvoeren van de last komt voor zijn risico. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de huurdersbescherming niet zo ver strekt dat door de huurovereenkomst aan een opgelegde last wegens strijd met het bestemmingsplan nooit kan worden voldaan.

Het betoog faalt.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@126430/202006464-1-r1