ABRvS 11 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2642 – Herstel van fout in herstelmaatregel, betekent dat last onder dwangsom onderuit gaat – ook al blijft last ongewijzigd. Invordering gaat daardoor ook onderuit.

Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 11 juni 2025

Datum publicatie: 11 juni 2025

ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:2642

Fragment:

Herstelmaatregelen

8.       [appellant] betoogt dat de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat de in de last opgenomen herstelmaatregelen onduidelijk en onjuist zijn, voor zover is bepaald dat hij de paardenstal terug moet brengen naar de maatvoering zoals die was ten tijde van de aankoop in 2018. Volgens [appellant] komt de maatvoering die het college heeft opgenomen in het besluit niet overeen met de daadwerkelijke maatvoering van de paardenstal ten tijde van de aankoop. Dat de herstelmaatregelen niet duidelijk en onjuist zijn, blijkt volgens [appellant] uit het verweerschrift van 27 juli 2022 waarin staat dat de maten slechts berusten op een inschatting. Uit de memo Herziene berekening oppervlakte en inhoud (hierna: de memo) van het college van 17 maart 2023 blijkt volgens [appellant] dat het college erkent dat de maatvoering in het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom niet juist is.

8.1.    De Afdeling overweegt dat de last [appellant] verplicht om de aangebrachte aanpassingen/uitbreidingen aan de paardenstal op het perceel te verwijderen en verwijderd te houden. Als herstelmaatregelen zijn omschreven het terugbrengen van de paardenstal naar de in 1976 verleende vergunning (die bij het besluit is gevoegd) of qua uiterlijk en omvang naar de situatie zoals op de bij het besluit gevoegde foto’s staat aangegeven. Als [appellant] voor de laatste variant kiest, moet hij hiervoor een omgevingsvergunning aanvragen en moet hij de door het college vastgestelde maatvoering hanteren:

a. breedte gevel: 4,52 meter;

b. lengte gevel: 6,8 meter;

c. goothoogte: 2,04 meter;

d. nokhoogte: 4,14 meter.

De overkapping mag daarbij niet herplaatst worden, zo staat in het besluit. De Afdeling is van oordeel dat deze herstelmaatregelen op zichzelf voldoende concreet en duidelijk zijn.

8.2.    De Afdeling overweegt echter dat het college de memo na de zitting bij de rechtbank op 17 maart 2023 heeft opgesteld. In deze memo staat dat op de zitting is gebleken dat de maatvoering aanpassing behoeft. De maatvoering, die is opgenomen in het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom, is namelijk op basis van de veelvoorkomende lagenmaat van 60 mm bepaald, terwijl de werkelijke lagenmaat 70 mm is. Op de zitting heeft het college het standpunt ingenomen dat de gewijzigde maatvoering, die is opgenomen in de memo, niet betekent dat het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom niet in stand kan blijven. De last blijft immers hetzelfde, aldus het college. De Afdeling volgt het college niet in dit betoog en overweegt dat de last weliswaar hetzelfde blijft, maar dat uit de memo blijkt dat de maatvoering, zoals opgenomen in de herstelmaatregel, onjuist is. Het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom is daarmee, in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

Het betoog slaagt.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:2642