ABRvS 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3820 – Handhavend optreden tegen strijdig gebruik gebouw voor bewoning door vrouw van 90 jaar, die er al 70 jaar woont, onvoldoende gemotiveerd.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 13 augustus 2025
Datum publicatie: 13 augustus 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:3820
Fragment:
10. [wederpartij A] en [wederpartij B] betogen dat handhaving onevenredig is. Zij voeren aan dat de oude woning ten tijde van de besluitvorming werd bewoond door een vrouw die meer dan 90 jaar oud was en die al ruim 70 jaar in die woning woonde. Volgens hen blijkt uit een medische verklaring dat het niet raadzaam was om haar te verhuizen naar een woonzorginstelling. Als er al handhavend mocht worden opgetreden, had de begunstigingstermijn moeten worden verlengd, zodat de bewoonster van de oude woning niet gedwongen hoefde te verhuizen, zo stellen [wederpartij A] en [wederpartij B].
10.1. Het college heeft in de besluitvorming niet of nauwelijks aandacht besteed aan het belang van eventuele bewoners van de oude woning. Het college heeft het advies van de bezwaarschriftencommissie overgenomen en daarin staat alleen dat de afspraak dat de toenmalige bewoonster er mocht blijven wonen civielrechtelijk van aard is en dat die bewoonster, [wederpartij A] en [wederpartij B] dat onderling moeten oplossen. Dat is geen deugdelijke motivering voor het standpunt dat handhaving niet onevenredig is. Dit geldt nog meer, omdat het college op de zitting bij de rechtbank duidelijk heeft gemaakt dat het niet wilde dat de toenmalige bewoonster op straat kwam te staan en dat het bereid was om mee te werken aan een ruimere begunstigingstermijn. Ook is hierbij nog van belang dat het college er in de besluitvorming van uit is gegaan dat de oude woning gesloopt moet worden, maar zoals hiervoor is overwogen, is het college niet bevoegd om een last op te leggen om de oude woning te laten slopen. Het college is alleen bevoegd om handhavend op te treden tegen het gebruik van twee woningen op het perceel.
De conclusie is daarom dat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom handhavend optreden in dit geval niet onevenredig is.
Het betoog slaagt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:3820
Leave a Reply