ABRvS 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3252 – Eigenaren hebben caravan waartegen werd gehandhaafd verkocht vóór effectuering bestuursdwang. Daarna geen eigenaar meer dus geen belanghebbende. Herstelmaatregel onvoldoende duidelijk: welke caravan(s) moeten er weg?
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 16 juli 2025
Datum publicatie: 16 juli 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:3252
Fragment:
Het bestuursdwangbesluit
– Zijn [appellant B] en [appellant C] belanghebbenden?
2. Het college heeft het bezwaar van [appellant B] en [appellant C] niet-ontvankelijk verklaard omdat zij volgens hem geen belanghebbenden zijn bij het besluit tot het opleggen van de last onder bestuursdwang. Ten tijde van de effectuering van de bestuursdwang waren zij niet (langer) eigenaar van de weggesleepte caravans. Zij ondervinden dus geen rechtstreekse, feitelijke gevolgen van de uitvoering van de bestuursdwang, aldus het college. Ook de rechtbank is van oordeel dat [appellant B] en [appellant C] geen belanghebbenden zijn.
3. [appellant B] en [appellant C] betogen dat de rechtbank heeft miskend dat zij belanghebbenden zijn bij het bestuursdwangbesluit. Zij wijzen erop dat zij de caravans gebruikten voor een betoging en dat die caravans ook een essentieel onderdeel van die betoging vormden. Verder bevonden zich in de caravans persoonlijke spullen van hen.
3.1. Ingevolge de artikelen 7:1 en 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan alleen een belanghebbende bezwaar maken tegen een besluit.
Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.
3.2. Het bestuursdwangbesluit en het daarin aangezegde kostenverhaal is alleen gericht aan [appellant A]. [appellant B] was eigenaar van de weggesleepte caravan met kenteken [A]. Op 26 november 2020 heeft hij de caravan verkocht. [appellant C] was eigenaar van de weggesleepte caravan met kenteken [B]. Hij heeft de caravan op 20 september 2020 verkocht. Het bestuursdwangbesluit is van 29 oktober 2020 en geëffectueerd op 1 december 2020. Toen waren [appellant B] en [appellant C] geen eigenaren meer. Zij ondervonden in zoverre geen feitelijke gevolgen van de uitvoering van het bestuursdwangbesluit. De enkele stelling dat zij de caravans gebruikten of wilden gebruiken voor een betoging, maakt niet dat zij om die reden een rechtstreeks belang hadden. Zij waren geen eigenaar van de caravans en voor de betoging was ten tijde van het opleggen van de last geen kennisgeving gedaan. Dat [appellant B] en [appellant C] persoonlijke spullen in de caravans hadden liggen, maakt evenmin dat zij een rechtstreeks belang hadden.
De conclusie is dat [appellant B] en [appellant C] geen belanghebbenden zijn bij het besluit van 29 oktober 2020. Zoals de rechtbank ook heeft geoordeeld, heeft het college hun bezwaar tegen dat besluit terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hoger beroep is op dit punt ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet op dit punt worden bevestigd.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:3252
Leave a Reply