ABRvS 18 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3921 – Vzr. schorst last onder dwangsom strekkende tot beëindiging bewonen, maar waarschuwt verzoekster dat zij rekening moet houden met een negatieve uitkomst in de bodem.

Print deze pagina

Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 18 augustus 2025

Datum publicatie: 20 augustus 2025

ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:3921

Fragment:

13.     De voorzieningenrechter heeft op de zitting vastgesteld dat [verzoekster] zich tot dusver niet of nauwelijks heeft ingespannen om vaste vervangende woonruimte te vinden. De voorzieningenrechter gaat daar niet aan voorbij. Op het moment doet zich de situatie voor dat [verzoekster] op 79 jarige leeftijd moet verblijven in een caravan en niet verzekerd is van een vaste verblijfplaats. Het is de voorzieningenrechter niet gebleken dat daartegenover zwaarwegende belangen bij het beëindigd houden van bewoning van het perceel door [verzoekster] staan. Het algemeen belang bij handhaving kan nog steeds worden gediend als de bewoning van het perceel pas na de uitspraak van de Afdeling in de bodemzaak wordt gestaakt. Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat de bedrijfsmogelijkheden van De Wiemel worden beperkt door bewoning van het perceel door [verzoekster]. Voor de beoordeling daarvan is de planologische situatie leidend en niet de feitelijke situatie. Ook heeft [partij] geen concrete uitbreidingsplannen kenbaar gemaakt en doet de situatie zich al meer dan 20 jaar voor.

14.     Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het besluit van 6 juni 2024 en het besluit van 26 november 2024, waarbij is beslist op het bezwaar tegen het besluit van 6 juni 2024, met terugwerkende kracht te schorsen, vanaf 11 juli 2025. Deze schorsing duurt totdat uitspraak is gedaan op het hoger beroep van [verzoekster]. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de besluiten voor enkele maanden te schorsen, zoals [partij] op de zitting heeft voorgesteld. Mocht daartoe aanleiding zijn, dan kunnen het college en [partij] om opheffing van de schorsing van de besluiten verzoeken.

15.     De voorzieningenrechter benadrukt dat de beslissing om de last onder dwangsom te schorsen niet is ingegeven door een inschatting van de kans van slagen van het hoger beroep. [verzoekster] moet er rekening mee houden dat de uitkomst van het hoger beroep kan zijn dat de opgelegde last onder dwangsom in stand blijft en dat de bewoning op het perceel alsnog moet worden beëindigd. De voorzieningenrechter geeft [verzoekster] dan ook mee dat het aan haar is zich ook nu in te spannen om alternatieve woonruimte te vinden.

16.     Het college moet de proceskosten vergoeden.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:3921

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *