ABRvS 18 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2771 – intrekking exploitatievergunning coffeeshop wegens overtreding reclameverbod is een herstelsanctie

Is het besluit een herstelsanctie?

7.    [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het intrekken van de exploitatievergunning een herstelsanctie is. Het besluit heeft een leedtoevoegend karakter en richt zich niet op herstel van de rechtstoestand zoals deze was voor de plaatsing van de lichtmastreclame. De reclame was immers al verwijderd. Het besluit is daarbij pas enkele maanden na de constatering van de overtreding ingegaan. Het leedtoevoegende karakter zit hem ook in de dreiging dat wanneer er overtredingen worden begaan er steeds zwaardere maatregelen zullen worden genomen en in de financiële gevolgen die het heeft. Er is sprake van een criminal charge, zeker in combinatie met het schrappen van de gedooglijst, aldus [appellante].

7.1.    Het EHRM heeft in het arrest Engel en anderen tegen Nederland, van 8 juni 1976, ECLI:NL:XX:1976:AC0386, §82, drie criteria geformuleerd voor de bepaling of sprake is van een criminal charge. Ten eerste is van belang de classificatie van de sanctie naar nationaal recht, ten tweede de aard van de overtreding – mede bezien in relatie tot het doel van de sanctie – en ten derde de aard en de zwaarte van de sanctie. De laatste twee criteria zijn niet cumulatief: het voldoen aan één van deze criteria kan in bepaalde gevallen al leiden tot de conclusie dat van een criminal charge sprake is. Daarnaast kunnen het tweede en derde criterium in samenhang bezien zo’n conclusie rechtvaardigen.

7.2.    Naar nationaal recht wordt het tijdelijk intrekken van een exploitatievergunning in het algemeen aangemerkt als een herstelsanctie (vergelijk de uitspraak van 7 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3265). Het tijdelijk schrappen van de gedooglijst hangt in dit geval samen met het tijdelijk intrekken van de exploitatievergunning en wordt daarom ook aangemerkt als een herstelsanctie.

Het doel van het intrekken van de exploitatievergunning, en ook van het daarmee samenhangende schrappen van de gedooglijst, is bescherming van de openbare orde, bestrijding van laakbaar gedrag van een exploitant en herstel van de rechtstoestand. Het besluit is niet gericht op het toevoegen van geïndividualiseerd concreet nadeel. De periode tussen constatering van de aanwezigheid van de reclame en het besluit is niet zodanig lang, dat het doel van de sancties niet meer bereikt kon worden of al bereikt was. De aard van de overtreding, mede bezien in relatie tot het doel van de sancties, wijst niet in de richting van een bestraffende sanctie.

Bij het beoordelen van de aard en de zwaarte van de sancties is van belang of de maatregel zodanig zwaar is dat deze daardoor als bestraffend moet worden beschouwd. De zwaarte van de sancties wordt beoordeeld aan de hand van objectieve maatstaven; hoe de betrokkene de sancties subjectief ervaart is hierbij in het algemeen niet van belang. In dit geval gaat het om twee sancties die feitelijk hetzelfde bereiken, namelijk dat voor de duur van één week de coffeeshop dicht moet blijven. Hiertoe is overgegaan na een tweede overtreding van de gedoogvoorwaarden binnen de daarvoor geldende verjaringstermijn. In het Stappenplan is geregeld dat na iedere volgende overtreding van de gedoogvoorwaarden een zwaardere sanctie wordt opgelegd. Dit is bedoeld als prikkel om naleving van de gedoogvoorwaarden te bevorderen en niet, zoals [appellante] stelt, als leedtoevoeging. De intrekking van de exploitatievergunning en het schrapen van de gedooglijst hebben voor [appellante] financiële gevolgen gehad. Dit is inherent aan dit besluit. [appellante] heeft niet onderbouwd wat de financiële gevolgen waren. Er bestaat geen aanleiding om de intrekking van de exploitatievergunning alleen op basis van de aard en de zwaarte van de sanctie als een bestraffende sanctie aan te merken. In dit verband wijst de Afdeling erop dat het EHRM in andere dan rijbewijszaken geen bestraffend karakter heeft aangenomen alleen op grond van de aard en de zwaarte van de sanctie.

Ook het tweede en derde criterium in samenhang bezien leiden niet tot het oordeel dat de twee sancties als een bestraffende sanctie zijn aan te merken.

7.3.    De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het tijdelijk intrekken van de exploitatievergunning een herstelsanctie is. Ook het, daarmee samenhangende, schrappen van de gedooglijst leidt niet tot het oordeel dat het besluit een bestraffende sanctie is.

7.4.    Het betoog faalt.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@123283/202000279-1-a3/