ABRvS 21 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:336 – Bewijs. Mocht BGMr politierapportages gebruiken? “In het midden kan blijven of in dit geval sprake is van bewijs dat in strafrechtelijke zin onrechtmatig is verkregen.” Geen twijfel over gestelde feiten en geen gebleken (bestuursrechtelijke) onrechtmatigheid.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 21 januari 2026
Datum publicatie: 21 januari 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:336
Fragment:
Bevoegdheid: mocht de burgemeester zich baseren op de bestuurlijke rapportage?
6. De bestuurlijke rapportage is naar waarheid opgemaakt op basis van op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, politiemutaties en openbare bronnen. De burgemeester mag, onverminderd zijn eigen verantwoordelijkheid om een besluit zorgvuldig voor te bereiden, in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen die daarin zijn neergelegd. Als die bevindingen worden betwist, zal hij moeten onderzoeken of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3817.
6.1. In het midden kan blijven of in dit geval sprake is van bewijs dat in strafrechtelijke zin onrechtmatig is verkregen. Zo dat al zo zou zijn betekent dat namelijk niet dat het gebruik van dat bewijs in een bestuursrechtelijke procedure zonder meer niet is toegestaan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van de Afdeling 26 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3078), bestaat geen rechtsregel die ieder gebruik verbiedt van strafrechtelijk onrechtmatig verkregen bewijs. In het bestuursrechtelijke geding is zodanig bewijs slechts dan niet toegestaan, indien het is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht.
6.2. Het is de Afdeling niet gebleken dat dit hier het geval is. De bestuurlijke rapportage is naar waarheid opgemaakt op basis van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal, politiemutaties en openbare bronnen door een operationeel expert bij de politie. Het is de Afdeling niet gebleken dat zich hierbij onrechtmatigheden hebben voorgedaan. Zoals onder 3 is overwogen, zijn de feiten die hebben geleid tot het binnentreden van de coffeeshop in de bestuurlijke rapportage beschreven. De stelling dat het er volgens [appellante] op lijkt dat het ging om een bewuste jacht naar de bevoorrading van de coffeeshop, wat daarvan ook zij, doet niet af aan de beschrijving van de feiten in de bestuurlijke rapportage. Daar komt bij dat het vaste rechtspraak van de Afdeling is (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2614) dat coffeeshophouders geacht worden bekend te zijn met de achterdeurproblematiek en zij daarmee rekening dienen te houden bij de exploitatie van hun coffeeshop. De met het gedoogbeleid van coffeeshops samenhangende achterdeurproblematiek brengt niet noodzakelijkerwijs met zich dat de burgemeester in zijn beleid de bevoorrading van coffeeshops met softdrugs ook zou moeten gedogen. De burgmeester kan dus ook toezien op de bevoorrading van coffeeshops. In wat [appellante] aanvoert, ziet de Afdeling geen aanleiding om aan de juistheid van de inhoud van de rapportage te twijfelen. Wat betreft de meetmethode en gebruik van geijkte meetapparatuur, overweegt de Afdeling dat de burgemeester terecht is uitgegaan van de gegevens in de bestuurlijke rapportage. Het verschil met de toegestane hoeveelheid softdrugs is bovendien dermate groot, dat zelfs als de ijking zou zijn verlopen, dit geen invloed kan hebben gehad op het vaststellen van een overtreding.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:336