ABRvS 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2302 – Wijziging standpunt BO over interpretatie wettelijk begrip levert geen reformatio in peius op omdat boete hoogte niet is gewijzigd.
Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 22 april 2026
Datum publicatie: 22 april 2026
ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:2302
Reformatio in peius
6. [appellante] betoogt verder dat de Ksa het verbod van reformatio in peius heeft geschonden door tijdens de beroepsprocedure zijn standpunt over het omzet-begrip, in de zin van artikel 35a, tweede lid, van de Wok, te wijzigen. Volgens [appellante] is sprake van een verslechtering van haar uitgangspositie, omdat met het gewijzigde standpunt het wettelijk boetemaximum hoger ligt. Daarmee rekt de Ksa zijn boetebevoegdheid op, aldus [appellante].
6.1. Het verbod van reformatio in peius houdt in dat degene die bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld, door de beslissing op het bezwaar of beroep in beginsel niet in een slechtere positie mag belanden dan waarin hij zou hebben verkeerd als hij geen rechtsmiddel zou hebben aangewend.
6.2. De Afdeling is van oordeel dat de Ksa niet heeft gehandeld in strijd met het verbod op reformatio in peius, omdat [appellante] niet in een ongunstigere positie terecht is gekomen door het instellen van beroep. Tijdens de beroepsprocedure heeft de Ksa alleen zijn standpunt over het begrip omzet in de zin artikel 35a, tweede lid, van de Wok, gewijzigd. De wijziging van het standpunt over het omzet-begrip heeft hier niet tot gevolg gehad dat de hoogte van de boete is gewijzigd. Het rechtsgevolg van het boetebesluit is dus hetzelfde gebleven.
6.3. Het betoog slaagt niet.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:2302