1

ABRvS 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:736 – OLO vergunningcheck levert geen vertrouwen op. Last om situatie terug te brengen naar oorspronklijke situatie is onvoldoende duidelijk: onduidelijk wat de oorspronkelijke situatie is.

8.3.    Het betoog van [appellant] dat de vergunningencheck die hij heeft uitgevoerd op de website www.omgevingsloket.nl bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat een omgevingsvergunning voor het vervangen van de kozijnen van de woning niet was vereist, heeft de rechtbank terecht niet gevolgd. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank hierbij terecht in aanmerking genomen dat het college onweersproken heeft gesteld dat de vergunningencheck is voorzien van het voorbehoud dat er geen rechten aan de check kunnen worden ontleend. De Afdeling voegt hier aan toe dat de vergunningencheck is uitgevoerd op basis van de gegevens die [appellant] zelf heeft ingevoerd en [appellant] de door hem ingevoerde gegevens niet heeft overgelegd. Gelet op het voorgaande is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat [appellant] aan de vergunningencheck niet het gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen dat een omgevingsvergunning voor het vervangen van de kozijnen van de woning niet was vereist.

[…]

Rechtszekerheidsbeginsel

10.     [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. Hij voert aan dat in de last staat dat de overtreding kan worden beëindigd door de kozijnen te vervangen door kozijnen met dezelfde detaillering, profilering en vormgeving als de vorige kozijnen, maar dat tekeningen van de oude situatie ontbreken. [appellant] heeft meerdere architecten benaderd, maar zij geven aan dat het niet mogelijk is tekeningen van de situatie voor de werkzaamheden op te stellen zonder dat hierbij aannames en interpretaties worden gedaan, omdat er geen bouwtekeningen beschikbaar zijn van het pand. Hierdoor zullen de op te stellen tekeningen geen exacte weergave zijn van de situatie van voor de werkzaamheden. Verder wijst [appellant] er op dat in de adviezen van de Welstands- en Monumentencommissie en Erfgoed Leiden en Omstreken, waarnaar in het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom wordt verwezen, niet alleen wordt gesproken over de aanpassing van de kozijnen, maar ook over aanpassingen wat betreft de traditionele glasbevestiging, ornamentiek van onder meer de voordeur, de stijlen van de ramen en de hoogte van de deur. Hij stelt ook dat, anders dan in deze adviezen staat, de neggemaat, de hoofdafmetingen, de onderlinge verhoudingen en vlakverdeling van de kozijnen niet zijn gewijzigd.

10.1.  Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in haar uitspraak van 20 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1316, vereist het rechtszekerheidsbeginsel dat een last zodanig duidelijk en concreet geformuleerd wordt dat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeft te tasten over wat gedaan of nagelaten moet worden om de overtreding te beëindigen.

10.2.  In de omschrijving van de last staat dat [appellant] de overtreding kan beëindigen door de betreffende kozijnen te vervangen door kozijnen met dezelfde detaillering, profilering en vormgeving als de vorige kozijnen. Uit het dossier kan echter niet worden opgemaakt hoe de vorige kozijnen er precies uit hebben gezien. Niet in geschil is dat er geen (bouw)tekeningen van de vorige kozijnen beschikbaar zijn, ook niet bij de gemeente. Wel is er een foto van 22 maart 2016, maar die is niet duidelijk genoeg om hieruit op te maken hoe de vorige kozijnen er precies uit hebben gezien. Anders dan de rechtbank, is de Afdeling daarom van oordeel dat op grond van deze foto niet kan worden vastgesteld wat er precies aan de kozijnen moet veranderen om aan de last te voldoen. De Afdeling neemt daarbij in aanmerking dat het college in het besluit waarbij de last is opgelegd, en die in het besluit op bezwaar is gehandhaafd, voor zijn standpunt over bepaalde verschillen in detaillering tussen de oude en nieuwe situatie, volstaat met een verwijzing naar het advies van Erfgoed Leiden en Omstreken, terwijl [appellant] gemotiveerd aangeeft dat die verschillen er juist niet zijn.

De Afdeling stelt verder vast dat het college bij brief van 13 juni 2022 naar aanleiding van een door de voorzieningenrechter van de Afdeling op verzoek van [appellant] getroffen voorlopige voorziening aan [appellant] een schets heeft gestuurd van hoe de vensterpartij en de deurpartij er volgens het college in de vorige toestand heeft uitgezien. Het college heeft dit gedaan als handreiking aan [appellant] om uitvoering te kunnen geven aan de last. [appellant] heeft de juistheid van deze schets bestreden. Bovendien is in die handreiking ook de mogelijkheid opengelaten om niet terug te gaan naar de situatie in 2017 maar de kozijnen aan te passen aan de nieuwe kozijnen in het buurpand (nummer 204). De last is daar echter niet op aangepast.

Gelet op het voorgaande is de Afdeling van oordeel dat de herstelmaatregelen als omschreven in de last onvoldoende duidelijk zijn. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Het betoog slaagt.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@135802/202102098-1-r3/