ABRvS 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1767 – handhavingsverzoek ziet alleen op bepaalde hoogsspanningsverbinding. “Een handhavingsverzoek moet zo concreet zijn dat duidelijk is vanwege welke overtreding volgens de indiener gehandhaafd moet worden.”

13.1. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 14 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:782, is de inhoud van het handhavingsverzoek bepalend voor de omvang van het geding en kan een handhavingsverzoek na het primaire besluit niet meer worden uitgebreid. Gelet op de formulering van het handhavingsverzoek heeft de rechtbank terecht overwogen dat dit verzoek alleen ziet op de hoogspanningsverbinding, zoals die wordt gevormd door de twee hoogspanningsmasten ten noorden en ten zuiden van de percelen van [appellant] en anderen, en door de leidingen die tussen deze masten over de percelen van [appellant] en anderen lopen. De twee hoogspanningsmasten betreffen mast 146 (zuiden) en mast 147 (noorden). Het deel van de hoogspanningsverbinding dat wordt gevormd door de masten 147 en 148 en de leidingen daartussen, bevindt zich niet in de onmiddellijke nabijheid van de perceel van [appellant] en anderen. De leidingen van dat deel lopen niet over de woon en bedrijfspercelen van [appellant] en anderen.

Op de zitting is aangevoerd dat het handhavingsverzoek van [appellant] en anderen, anders dan de rechtbank heeft aangenomen, ook ziet op hoogspanningsmast 148. Zij wijzen daarbij op de opmerking in hun handhavingsverzoek dat het college ook handhavend moet optreden, als het college in het kader van het traject tot besluitvorming op het handhavingsverzoek nog andere overtredingen aangaande het gebruik van de hoogspanningsverbinding waarneemt. Maar naar het oordeel van de Afdeling betekent deze opmerking niet dat het handhavingsverzoek ook betrekking heeft op de hoogspanningsmast 148. De opmerking in het handhavingsverzoek doet niet meer dan het college op zijn algemene handhavingsplicht te wijzen. Een handhavingsverzoek moet zo concreet zijn dat duidelijk is vanwege welke overtreding volgens de indiener gehandhaafd moet worden. De slotsom is dat de rechtbank terecht heeft geconcludeerd dat het handhavingsverzoek alleen betrekking had op de twee hoogspanningsmasten (nummer 146 en 147) ten noorden en ten zuiden van de betrokken percelen.

Het betoog slaagt niet.


https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@131691/202102519-1-r4/