1

ABRvS 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3402 – sluiting pand niet evenwichtig: BGM kiest voor langere sluiting dan in beleid, maar dat is onevenwichtig vanwege de belangen van de kinderen.

– Evenwichtigheid van de sluiting

8.       [appellanten] betogen dat de woning niet gesloten had mogen worden, omdat de gevolgen van de sluiting te nadelig zijn. Hun drie minderjarige kinderen zijn uit hun vertrouwde omgeving gehaald, terwijl ze al psychische problemen hadden opgelopen van de politie-inval. Die vertrouwde omgeving is een bijzondere gemeenschap, namelijk een Sinti-gemeenschap. Die gemeenschap zou extra bescherming moeten hebben. De verhuurder is een ontbindingsprocedure gestart en ze zullen voor vijf jaar op een zwarte lijst worden geplaatst. Zij worden driedubbel gestraft: naast de sluiting volgt zeer waarschijnlijk ontbinding van de huurovereenkomst en ook strafrechtelijk is een procedure gestart voor het aanwezig hebben van drugs, aldus [appellanten].

8.1.    Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van de woning noodzakelijk is, dient hij zich ervan te vergewissen dat de duur van de sluiting evenwichtig is, ook als de duur in overeenstemming is met de duur die volgt uit een beleidsregel. In de overzichtsuitspraak is overwogen dat bij de beoordeling van de evenwichtigheid verschillende omstandigheden van belang zijn, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met de woning, de mogelijkheid om weer in de woning terug te keren, of de overtreder door sluiting van de woning op een zwarte lijst komt te staan bij een woningbouwcorporatie als gevolg waarvan hij voor een bepaalde duur geen nieuwe sociale huurwoning kan huren in de regio en of er minderjarige kinderen in de woning wonen. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig.

8.2.    De Afdeling is van oordeel dat de omstandigheden die [appellanten] hebben aangevoerd maken dat sluiting voor langere duur dan de vier maanden die het uitgangspunt zijn volgens het Damoclesbeleid niet evenwichtig is. De burgemeester heeft vanwege de aanwezigheid van een boksbeugel, de gripzakjes en de hoeveelheid gekozen voor een langere sluitingsduur. Deze omstandigheden zijn echter niet zo ernstig dat die, afgewogen tegen de inbreuk op de belangen van met name de kinderen, al een verzwaring naar zes maanden rechtvaardigen. Daarbij weegt de Afdeling mee dat de hoeveelheid aangetroffen drugs relatief beperkt was. De aanwezigheid van gripzakjes is een aanwijzing dat er in of vanuit de woning werd gehandeld, maar de aanwezigheid van de gripzakjes zegt verder weinig over de ernst van de situatie.

8.3.    Dat betekent dat de burgemeester niet langer had mogen sluiten dan de vier maanden die volgens het Damoclesbeleid het uitgangspunt zijn. Het betoog dat de burgemeester de woning in het geheel niet mocht sluiten, wordt niet gevolgd. [appellanten] hebben in hoger beroep verklaringen overgelegd van leerkrachten van de kinderen, van de schoolcoach en van een psycholoog. Hieruit blijkt dat met name de inval door de politie een heftige gebeurtenis was voor de twee oudste kinderen. Voor de verwerking daarvan heeft het oudste kind therapie gehad. De sluiting heeft zeker stress veroorzaakt, maar uit deze stukken blijkt niet dat de gevolgen van de sluiting voor de kinderen voorzienbaar dermate ernstig waren dat de burgemeester de woning om die reden in het geheel niet had mogen sluiten. Er was geen sprake van een bijzondere binding tussen [appellant A], [appellant B] en hun kinderen met de woning. Dat de woning een woonwagen is, die is gesitueerd op een plaats waar ook andere Sinti wonen, is eveneens onvoldoende om een bijzondere binding aan te nemen. De Sinti-gemeenschap is hecht, maar de sluiting is een sanctie die ziet op de woning en de omstandigheid dat [appellanten] Sinti zijn, betekent niet dat er jegens hen anders moet worden opgetreden dan jegens anderen. Of de huurovereenkomst ontbonden zal worden, is nog steeds een onzekere factor, net als de mogelijke plaatsing op een zwarte lijst. De rechtbank heeft gezien de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden en gelet op de ernst van de overtreding, de met het besluit te dienen algemene belangen en het verwijt dat [appellant A] van die overtreding kan worden gemaakt, terecht geoordeeld dat de burgemeester de aangevoerde omstandigheden onvoldoende zwaarwegend heeft mogen achten om van sluiting af te zien.

8.4.    Een sluiting voor de duur van zes maanden is onevenredig in verhouding tot de met de sluiting te dienen doelen. Het betoog slaagt in zoverre. De Afdeling ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en te bepalen dat de woning voor de duur van vier maanden gesloten mocht worden. Deze duur komt overeen met de sluitingsduur die volgens het Damoclesbeleid wordt opgelegd na de eerste vondst van harddrugs in een woning.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@133878/202200184-1-a3/