ABRvS 26 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5759 – Verzoeker om HH probeert Afdeling te overtuigen om vanwege proceseconomie extra handhavingsverzoek tóch mee te nemen omdat anders een nieuwe HH verzoek moet worden gedaan. Overtuigt Afdeling niet.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 26 november 2025
Datum publicatie: 26 november 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:5759
Fragment:
Ook staat ter beoordeling het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
8.1. In deze procedure staat niet ter beoordeling de inhoud van de onder 7 genoemde vonnissen en of daar juiste uitvoering aan is gegeven. Wat daarover naar voren is gebracht, blijft daarom buiten beschouwing.
8.2. Ook blijft de beroepsgrond van [appellante] over de door haar gestelde strijdigheid met het bestemmingsplan als het gaat om de hoogte van het appartementencomplex op de hoek van de Bergsingel met de Berkselaan en de daarin opgenomen parkeereis buiten beschouwing. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraak van 10 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4517, kan de reikwijdte van een handhavingsverzoek na het primaire besluit niet meer worden uitgebreid. De inhoud van het verzoek is bepalend voor de omvang van het geding. In het handhavingsverzoek gaat [appellante] niet in op de strijdigheid met het bestemmingsplan als het gaat om de hoogte van het appartementengebouw en het aantal gerealiseerde parkeerplaatsen.
Haar handhavingsverzoek gaat verder ook niet over de geluidhinder afkomstig van de boven haar woning gelegen woning en of de toereikendheid van de vloer tussen die woningen. Zodat ook deze beroepsgrond buiten beschouwing blijft.
Voor zover [appellante] betoogt dat effectieve geschilbeslechting en proceseconomie nopen deze beroepsgronden mee te nemen in deze procedure, omdat zij anders een nieuw handhavingsverzoek zou kunnen doen over materieel hetzelfde geschil en daarbij verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 18 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ4962, volgt de Afdeling dit betoog niet. De situatie in de uitspraak van 18 mei 2011 doet zich niet voor. Er is hier namelijk geen sprake van een andere belanghebbende die hetzelfde handhavingsverzoek als [appellante] zou kunnen indienen, zoals in de uitspraak van 18 mei 2011 het geval is. Het gaat hier om een uitbreiding van het handhavingsverzoek, zodat ook geen sprake is van materieel hetzelfde geschil. Verder is het juist zoals [appellante] naar voren heeft gebracht dat het college ook ambtshalve een besluit tot handhaving kan nemen en niet alleen op een verzoek daartoe, maar dat heeft het college hier niet gedaan.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:5759