ABRvS 30 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5775 – Tijdsverloop tussen constatering 13b Opiumwet overtreding en sluiting (6 maanden) is te groot om te alsnog te kunnen sluiten.

Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 30 september 2026

Datum publicatie: 30 september 2026

ECLI: ECLI:NL:RVS:2026:5775

Beoordeling beroep

9.       Op de zitting is gebleken dat niet meer in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Het gaat daarom alleen nog over de vraag of de burgemeester gebruik mocht maken van deze bevoegdheid.

10.     [appellant A] en [appellant B] betogen daarover onder meer dat het tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, ertoe heeft geleid dat de sluiting van de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. In dat tijdsverloop is ook niet gebleken van antecedenten of openbare orde aspecten die erop wijzen dat de openbare orde in het geding was, dat er een “loop” naar de woning was of dat is gebleken van handel.

10.1.  Tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, kan ertoe leiden dat sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Door tijdsverloop kan zich namelijk de situatie voordoen dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en beëindiging van de overtreding en de negatieve effecten daarvan en het voorkomen van herhaling niet meer aan de orde zijn of niet meer in die mate dat de woning of het lokaal moet worden gesloten. Aan wie het tijdsverloop is te wijten, is niet relevant. Zowel in het primaire besluit, de beslissing op bezwaar als een eventueel nader genomen besluit zal de burgemeester moeten beoordelen of sluiting op het tijdstip dat hem ingevolge deze besluitvorming voor ogen staat, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Als de burgemeester de beoogde doelen niet meer kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, is sluiting ongeschikt. Vergelijk de uitspraak van 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3368, onder 5.2.

10.2.  De voorgenomen sluiting van de woning op 3 februari 2023, of kort daarna, is niet doorgegaan. Daarom heeft de burgemeester bij brief van 29 maart 2023 besloten dat de woning op 6 april 2023 alsnog voor drie maanden wordt gesloten. Gelet op de inhoud bevat deze brief door de ingangsdatum van de sluiting te bepalen op 6 april 2023 een wijziging van het besluit van 17 januari 2023 (vergelijk de hiervoor genoemde uitspraak van 10 juni 2026, onder 5.5). Daarmee is deze brief, ook gelet op de specifieke aard van besluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet en de daarmee samenhangende wijze van toetsen hiervan (zie onder 8), gericht op rechtsgevolg en een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het bezwaar van [appellant A] en [appellant B]s tegen het besluit van 17 januari 2023 had wegens de gewijzigde ingangsdatum van de sluiting van de woning gelet op artikel 6:19 van de Awb van rechtswege mede betrekking op het besluit van 29 maart 2023.

10.3.  Zoals onder 10.1 is overwogen, had de burgemeester in dit nader genomen besluit van 29 maart 2023 opnieuw moeten beoordelen of sluiting op 6 april 2023, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, nog een geschikt middel was en zo ja, of sluiting noodzakelijk was. Maar de burgemeester heeft deze beoordeling in dit besluit niet gemaakt. Dit had wel van hem verwacht mogen worden. Oorspronkelijk zou de woning bijna vier maanden nadat de hennep in de woning was aangetroffen worden gesloten voor een periode van drie maanden. Inmiddels waren er weer ruim twee maanden verstreken, waarna de burgemeester alsnog wilde sluiten voor drie maanden. De burgemeester heeft in dit besluit volstaan met een verwijzing naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 maart 2023, waarin het verzoek om een voorlopige voorziening was afgewezen. Maar in die uitspraak is alleen een voorlopig oordeel gegeven over de rechtmatigheid van het besluit van 17 januari 2023 en is dus niet getoetst of een latere sluiting voor drie maanden nog steeds rechtmatig zou zijn. Bovendien dateert die uitspraak van voor de onder 8 genoemde overzichtsuitspraak en is bij dit voorlopige oordeel geen rekening gehouden met de daarin aangescherpte criteria voor een woningsluiting. Een beoordeling van de geschiktheid en noodzakelijkheid van een sluiting van de woning voor drie maanden per 6 april 2023 ontbreekt ook in de beslissing op bezwaar. Ook deze ziet alleen op het besluit van 17 januari 2023 en de daarin voorgenomen sluiting per 3 februari 2023. Ook in (hoger) beroep heeft de burgemeester onvoldoende gemotiveerd waarom de sluiting op 6 april 2023, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt en noodzakelijk middel is om de doelen te bereiken die met de sluiting worden gediend. Voor dat oordeel is het volgende van belang.

10.3.1.         De burgemeester heeft toegelicht dat de sluiting niet alleen als doel heeft het beëindigen van de overtreding en het tenietdoen van de gevolgen, maar ook het voorkomen van verdere overtredingen. In dat verband heeft hij zich in de kern op het standpunt gesteld dat de sluiting ondanks het tijdsverloop nog geschikt is om deze doelen te bereiken, omdat de sluiting is bedoeld om een signaal af te geven naar de voor drugscriminaliteit kwetsbare wijk en de drugscriminelen dat wordt opgetreden tegen drugscriminaliteit. Maar een bestuursrechtelijke herstelsanctie is niet bedoeld om als afschrikking te dienen of uitsluitend nog om uit te dragen dat de burgemeester handhavend optreedt. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2923, onder 7.2.

10.3.2.         De burgemeester heeft niet anderszins toegelicht waarom de door hem genoemde doelen nog bereikt zouden kunnen worden door de woning op 6 april 2023 alsnog voor drie maanden te sluiten. In dit concrete geval is namelijk alleen bekend dat een kilo henneptoppen is aangetroffen. Zo is bijvoorbeeld niet gebleken van een impact van de overtreding op de omgeving of van relevante voorvallen na het constateren van de overtreding.

10.3.3.         Bij gebreke aan verdere aanknopingspunten over de concrete omstandigheden van dit geval mag dan ook worden verondersteld dat op 6 april 2023 door het tijdsverloop de situatie ter plaatse al was hersteld en de negatieve effecten van de overtreding, waaronder de mogelijke rol van de woning in het criminele drugscircuit, ongedaan zijn gemaakt. Alleen al daarom moet worden geoordeeld dat de sluiting van de woning voor drie maanden op 6 april 2023 niet meer geschikt was om de beoogde doelen te bereiken.

10.4.  Het betoog slaagt.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2026:5775