ABRvS 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5335 – Afzien van handhaving op peildatum van besluit, betekent niet uit dat BO niet later alsnog kan handhaven wegens gewijzigde omstandigheden.
Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Datum uitspraak: 5 november 2025
Datum publicatie: 5 november 2025
ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:5335
Fragment:
4.2. Het betoog van [appellant] is zo goed als een herhaling van wat hij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op de beroepsgronden van [appellant] ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank over de vraag of handhavend optreden in dit geval onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen en in de voor het hoger beroep van belang zijnde overwegingen 7.2 en 7.3, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan nog toe dat voor de vraag of het college van handhavend optreden mocht afzien bepalend is de situatie op het moment van het nemen van het besluit van 1 juli 2022. Verder is de Afdeling van oordeel dat de omstandigheid dat het college toen niet tot handhavend optreden is overgegaan, niet uitsluit dat de situatie van [partij] op enig moment zodanig kan wijzigen dat handhavend optreden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning door [partij] alsnog gerechtvaardigd is. Daarbij betrekt de Afdeling dat het college de gezondheidssituatie van [partij] monitort door na verloop van twee jaar na een medische keuring om een herkeuring te vragen. Tot slot is de Afdeling van oordeel dat de omstandigheden in de door [appellant] genoemde rechtspraak niet met het onderhavige geval vergelijkbaar zijn.
Het betoog faalt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:5335