ABRvS 5 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5340 – Toezegging BO dat vaartuig wel als toegangsvoorziening voor ander vaartuig mag liggen, aanleiding om te oordelen dat last strekkende tot verwijdering van vaartuig onevenredig is.

Print deze pagina

Instantie Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Datum uitspraak: 5 november 2025

Datum publicatie: 5 november 2025

ECLI: ECLI:NL:RVS:2025:5340

Fragment:

b. Evenredigheid

14.     Zoals onder 11 is overwogen, geldt bij handhavingsbesluiten bij de toets aan het evenredigheidsbeginsel de maatstaf van de zogeheten Harderwijk-uitspraak van 2 februari 2022. Uit deze uitspraak volgt dat de bestuursrechter van geval tot geval, in het verlengde van de tegen het besluit aangevoerde beroepsgronden, zal moeten bepalen of en zo ja op welke wijze de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de evenwichtigheid van de maatregel (uitdrukkelijk) bij de toetsing moeten worden betrokken. De argumenten van Stromma zien op de noodzakelijkheid van de last. De Afdeling zal zich daarom hiertoe beperken.

14.1.  Volgens Stromma is de Pareen noodzakelijk om de aanliggende rondvaartboten te bereiken en is het geheel verwijderen van de Pareen een te vergaande maatregel, zelfs als er een nieuwe steiger met medewerking van het college wordt aangelegd. Ter staving van haar standpunt heeft Stromma de brief van het college van 19 mei 2006, die gaat over een eerdere handhavingsprocedure ten aanzien van de Pareen, en de brief van het college van 31 oktober 2011, een aanpassing van een voornemen om handhavend op te treden tegen de Pareen, overgelegd.

14.2.  In de brief van 19 mei 2006 heeft het college Stromma meegedeeld dat het afziet van handhaving tegen de Pareen, omdat het de Pareen als object beschouwd, zolang de Pareen hoofdzakelijk als toegangsvoorziening en in beperkte mate als opslagruimte gebruikt zal worden, en daarom overgangsrecht van toepassing acht. In de brief van 31 oktober 2011 is te lezen dat het college voornemens is de rechtsvoorganger van Stromma een last onder dwangsom op te leggen bestaande uit het terugbrengen van het gebruik van de Pareen tot de situatie zoals deze bestond voor het vervangen van de opbouw, zoals toegestaan in de brief van 19 mei 2006, te weten als toegangsvoorziening met beperkte opslag.

14.3.  Naar het oordeel van de Afdeling heeft Stromma met de brieven van 19 mei 2006 en 31 oktober 2011 aannemelijk gemaakt dat het college, uitdrukkelijk heeft toegestaan om de Pareen hoofdzakelijk als toegangsvoorziening en in beperkte mate voor opslag te gebruiken. Het college heeft dit ook niet betwist. Gelet daarop, is de Afdeling van oordeel dat de last om de Pareen geheel te verwijderen, te verstrekkend is. Het college heeft onvoldoende gemotiveerd waarom niet kan worden volstaan met het terugbrengen van het gebruik tot de situatie zoals deze bestond voor het vervangen van de opbouw. De rechtbank is ten onrechte tot een andere conclusie gekomen.

Het betoog slaagt.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2025:5340

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *