ABRvS 9 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:399 – spoedeisende bestuursdwang om logies gebouw te sluiten terecht. Acute sluiting en ontruiming gerechtvaardigd ivm brandgevaar.

Spoedeisende bestuursdwang

9.       [appellant sub 1] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college niet bevoegd was om spoedeisende bestuursdwang toe te passen. Volgens [appellant sub 1] was de situatie niet zo spoedeisend dat een besluit niet kon worden afgewacht en had het college een begunstigingstermijn moeten geven. Hij verwijst naar de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 7 juni 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:2512. [appellant sub 1] voert aan dat geen sprake was van de gevaarlijke situatie dat bij het uitbreken van brand slapende personen niet worden gewaarschuwd. Hij stelt daartoe dat er ten tijde van de controle slechts 4 personen, in plaats van 10-12 personen, in het pand waren gehuisvest. Van een acuut risico voor de in het pand verblijvende personen was volgens [appellant sub 1] geen sprake. Daarbij wijst [appellant sub 1] erop dat hij sinds de verzegeling 35 tot 40 keer het pand met toestemming van het college heeft mogen betreden. Ook de buurvrouw heeft het pand meerdere keren mogen betreden. Voor een begunstigingstermijn was volgens [appellant sub 1] temeer reden, omdat het college wist dat hij het pand korte tijd daarvoor in eigendom had verkregen en nog doende was met het realiseren van de laatste voorzieningen.

9.1.    De toezichthouders van de gemeente hebben samen met de brandweer tijdens de controle op 19 juni 2018 geconstateerd dat sprake was van een gevaarlijke situatie, omdat personen die in het pand slapen bij brand niet werden gewaarschuwd. Zoals hiervoor is overwogen, staat daarover in de Checklist handhaving dat er door 10-12 personen in het pand werd geslapen (er stonden 12 bedden). Op de begane grond was aan de achterkant een slaapkamer gemaakt en hier stonden 4 bedden. Op de eerste verdieping was een slaapkamer met ook 4 bedden. Op de zolder stonden ook 4 bedden. De Afdeling gaat voorbij aan de stelling van [appellant sub 1] ter zitting, dat die bedden in het pand waren opgeslagen ten behoeve van andere locaties. Daartoe verwijst de Afdeling naar de uiteenzetting op de zitting van Mans, werkzaam bij de brandweer en aanwezig bij de controle in het pand op 19 juni 2018. Mans heeft desgevraagd toegelicht dat er weliswaar bedden in opslag stonden in de voormalige kluis in het pand, maar dat de 12 bedden waar in de Checklist handhaving over wordt gesproken alle in gebruik waren en dat bij die bedden ook privéspullen van personen aanwezig waren. Gelet op de vloeroppervlakte en de hoogte van de verdiepingsvloeren hadden in ieder geval een brandmeldinstallatie, een ontruimingsalarminstallatie, vluchtrouteaanduidingen en panieksloten aanwezig moeten zijn, aldus de Checklist handhaving. In de Checklist handhaving staat verder dat [appellant sub 1] na de controle een keuzemogelijkheid is gegeven. Door de toezichthouders is voorgesteld om twee brandwachten aanwezig te laten zijn op de momenten dat er geslapen wordt. Dit als overbrugging, zodat [appellant sub 1] voldoende tijd had om de huidige bewoners elders onderdak te verlenen. Indien [appellant sub 1] hier niet aan mee wilde werken, moesten de bewoners uiterlijk op 19 juni 2018 om 21.00 uur het pand hebben verlaten. Uit de Checklist handhaving blijkt dat [appellant sub 1] heeft besloten om de bewoners elders onderdak te bieden, waarna het pand is verzegeld.

De Afdeling ziet in wat [appellant sub 1] heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake was van een zodanige spoedeisende situatie dat deze het toepassen van zeer spoedeisende bestuursdwang als bedoeld in artikel 5:31, tweede lid, van de Awb, rechtvaardigde. Gelet op de hiervoor weergegeven bevindingen van de toezichthouders van de gemeente en de brandweer heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat de aangetroffen situatie dermate gevaarlijk was dat het onverantwoord was om het pand ten behoeve van een logiesfunctie te gebruiken en dat een acute sluiting en ontruiming van het pand nodig was. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het college meer gewicht heeft kunnen toekennen aan de veiligheid van de in het pand aanwezige personen dan aan de belangen van [appellant sub 1] bij de verhuur van het pand. De omstandigheid dat de verzegeling op verzoek van [appellant sub 1] een aantal keer is verbroken, doet hier niet aan af, omdat dat niet is gebeurd voor gebruik ten behoeve van een logiesfunctie. Ook de verwijzing van [appellant sub 1] naar de uitspraak van de rechtbank Gelderland leidt niet tot een ander oordeel. In tegenstelling tot de onderhavige situatie, waren in de situatie waarop die uitspraak betrekking heeft de omstandigheden waarin eisers zich bevonden niet, althans onvoldoende, in de belangenafweging betrokken.

Het betoog slaagt niet.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@129700/202002776-1-r3