1

ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2630 – nieuwe evenredigheid maakt Afdeling niet minder streng voor boeven – aantreffen restanten professionele hennepkwekerij (130 planten) rechtvaardigt directe sluiting woning (appartement) voor 3 maanden.

“Is de sluiting van het appartement evenredig?

5.       Het specifieke toetsingskader voor woningsluitingen op grond van artikel 13b van de Opiumwet is weergegeven in de overzichtsuitspraak van de Afdeling van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2912 (hierna: de overzichtsuitspraak).

5.1.    Uit de uitspraak van de Afdeling van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285, volgt dat bij de beoordeling van de noodzaak van een sluiting de vraag aan de orde is of de burgemeester met een minder ingrijpend middel had kunnen en moeten volstaan omdat het beoogde doel ook daarmee kan worden bereikt. In de overzichtsuitspraak is de Afdeling ingegaan op de beoordeling van de noodzaak van een sluiting. Aan de hand van de ernst en de omvang van de overtreding moet worden beoordeeld in hoeverre sluiting van een woning noodzakelijk is ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde.

5.2.    Zoals volgt uit eerdere uitspraken van de Afdeling, onder meer de uitspraak van 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1362, is in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet (Kamerstukken II 2005/06, 30 515, nr. 3, blz. 8 en Kamerstukken II 2006/07, 30 515, nr. 6, blz. 1 en 2) in algemene zin vermeld, dat bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van de woning dient te worden overgegaan maar moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel. Maar dit moet worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken.

5.3.    In dit geval is er in het appartement op de tweede verdieping van het flatgebouw een professionele hennepkwekerij met onder meer 130 gebruikte potten en resten van hennepplanten aangetroffen. Zoals onder 4.1 overwogen was er sprake van bedrijfsmatige hennepteelt. Daarmee is duidelijk dat het appartement deel uitmaakte van de georganiseerde handel in softdrugs. Dat er geen sprake was van overlast en niet is komen vast te staan dat er handel in of vanuit het appartement heeft plaatsgevonden, maakt de aangetroffen situatie in het appartement niet minder ernstig of omvangrijk. De rechtbank heeft terecht mee laten wegen dat de burgemeester er in zijn besluit op bezwaar op heeft gewezen dat het appartement is gelegen in de wijk Zeswegen-Nieuw Husken en dat dit een kwetsbare wijk is voor drugsgerelateerde activiteiten. Hij heeft daarvoor verwezen naar het feit dat er eerder hennepkwekerijen in de wijk zijn aangetroffen, ook in woningen op de Overslagweg zelf, zoals twee keer in 2012. In zijn schriftelijke uiteenzetting heeft de burgemeester er nog op gewezen dat in de wijk op straat drugshandel plaatsvindt en dat er in 2020 in de wijk zes hennepkwekerijen zijn aangetroffen. De burgemeester heeft er terecht op gewezen dat de noodzaak om het appartement te sluiten groter is als het appartement in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk ligt, omdat een zichtbare sluiting door de burgemeester voor bij dat appartement betrokken drugscriminelen en voor buurtbewoners een signaal is dat de overheid optreedt tegen drugscriminaliteit. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3481. De rechtbank is gelet op het voorgaande terecht tot het oordeel gekomen dat de burgemeester het noodzakelijk mocht achten om het appartement te sluiten. De vraag of de rechtbank terecht heeft overwogen dat de burgemeester bij het beoordelen van de noodzakelijkheid van de sluiting ook het brandgevaar mee heeft mogen laten wegen, hoeft daarom niet meer te worden besproken.

5.4.    Als sluiting van een woning in beginsel noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat de sluiting ook evenredig moet zijn.

5.5.    De vraag of de rechthebbende een verwijt van de overtreding kan worden gemaakt, kan aan de orde komen in het kader van de beoordeling van de evenredigheid van de sluiting, zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2241. Het ontbreken van iedere betrokkenheid bij de overtreding kan afzonderlijk of tezamen met andere omstandigheden met zich brengen dat de burgemeester redelijkerwijs niet van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Zo kan bijvoorbeeld de betrokkene geen verwijt van de overtreding worden gemaakt, als hij niet op de hoogte was en evenmin redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs in zijn woning. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2116. De rechtbank heeft echter terecht overwogen dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de woning onderverhuurde. Hij heeft geen huurovereenkomst overgelegd en geen naam van de onderverhuurder willen geven. [appellant] is verantwoordelijk voor wat er in het appartement gebeurde. Het is dus niet zo dat hem geen enkel verwijt treft. Dat de politierechter hem heeft vrijgesproken, leidt alleen al vanwege het feit dat onduidelijk is waarom hij is vrijgesproken niet tot het oordeel dat de sluiting onevenredig is. Dat [appellant] op een zwarte lijst is geplaatst, zoals hij stelt, is niet gebleken. Het gedwongen moeten verlaten van de woning en het moeten zoeken naar vervangende woonruimte, leidt in dit geval ten slotte ook niet tot het oordeel dat de sluiting onevenredig is. Inherent aan de sluiting van het appartement is dat de bewoner het appartement moet verlaten. Dat is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid. Zoals [appellant] in zijn hogerberoepschrift heeft toegelicht, woonde hij op het moment dat de hennepkwekerij werd ontdekt bovendien bij zijn vriendin en had hij het voornemen om samen te gaan wonen. Voor de zekerheid had hij de huur van zijn appartement, dat hij huurde in het kader van het Housingtraject, nog niet opgezegd, maar verhuurde hij zijn appartement aan een bekende van hem.

5.6.    De nadelige gevolgen van de sluiting van het appartement zijn voor [appellant] niet onevenredig in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de burgemeester gelet op wat hiervoor onder 5.3 en 5.5 is overwogen redelijkerwijs gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om het appartement te sluiten.

Het betoog slaagt niet.”

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RVS:2022:2630