De toetsing bij de beslissing op bezwaar van herstelsancties – conclusie A-G Wattel: alles blijft hetzelfde?

De toetsing bij de beslissing op bezwaar van herstelsancties is ingewikkeld. In de conclusie van Staatsraad Advocaat-Generaal Wattel van 11 maart 2020 werkt hij uit hoe het volgens hem zou moeten. Lees de conclusie hier! Geen zin om de hele conclusie door te akkeren? Begrijpelijk, het is namelijk 50 A4 met gortdroge technische materie. Gelukkig heb ik dat voor je gedaan. In deze blogpost geef ik je de kern in vijf minuten mee. Eerder verzond ik aan de nieuwsbrief abonnees al de eerste alert en analyse. Ook zo snel op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen? Inschrijven kan hier!

Wat vroeg de Afdeling ook alweer aan de A-G?

De Afdeling vroeg A-G Wattel om in zijn conclusie in te gaan op toetsing bij de beslissing op bezwaar van herstelsancties. Het gaat dan om de heroverweging in bezwaar van een besluit waarbij is geweigerd een herstelsanctie op te leggen. Hoe moet die heroverweging plaatsvinden? Welke feiten en omstandigheden zijn daarbij wel en niet relevant?

De Weg, Bos, Seizoen, Herfst, Val, Landschap, Natuur

Waarom is dit boeiend voor jou?

Met deze materie krijg je als handhavingsjurist in de praktijk regelmatig te maken. Bij vrijwel iedere beslissing op bezwaar is er sinds het oorspronkelijk besluit om (al dan niet) te handhaven wel iets veranderd in de feiten of omstandigheden. De A-G (en straks de Afdeling) legt hier nu uit hoe die toetsing moet gebeuren en wat je wel en niet moet meewegen. Dat is boeiend voor jou.

Wat zegt de A-G?

In de kern genomen zegt de A-G volgens mij dat de huidige toetsing in grote lijnen prima is en er niet veel hoeft te veranderen. In zoverre lijkt hier geen aardverschuiving van te gaan komen.

Wel zegt hij dat de rechtspraak van de Afdeling op dit punt niet echt uitblinkt in helderheid. Daarom stelt hij voor daar wat meer duidelijkheid in te gaan bieden.

Hoe moet er getoetst worden?

Hoe moet een handhavingsbesluit nu in bezwaar worden getoetst volgens de A-G? Daar laat ik de A-G dan maar zelf aan het woord:

  • “[e]erst moet het bestuursorgaan [bij de beslissing op bezwaar] vaststellen of het met de kennis en op basis van het recht van toen destijds tot een toen correct [besluit in primo] is gekomen”;
  • “vervolgens [moet worden beoordeeld] in hoeverre de ontwikkelingen nadien tot het moment van heroverwegen in verband met de te handhaven norm nopen tot gehele of gedeeltelijke heroverweging [bij de beslissing op bezwaar].
    • Als die ontwikkelingen inhouden dat inmiddels de overtreding is beëindigd maar pas na verbeuring van (enige) dwangsommen, dan moet met beide ontwikkelingen (zowel verbeuring als beëindiging) rekening gehouden worden en dus – als weinig kans op recidive bestaat – het [besluit in primo] deels herroepen worden, namelijk per datum ná beëindiging van de overtreding. […] 
    • Geen gevolgen worden verbonden aan post-Bipse ontwikkelingen voor zover onaanvaardbaar in verband met (i) doel en strekking van de te handhaven norm en (ii) fundamentele rechtsbeginselen, met name het rechtszekerheidsbeginsel. Aan beëindiging van de overtreding bijvoorbeeld, wordt niet het gevolg verbonden dat verbeurde dwangsommen terugwerkend niet verbeurd zouden zijn.”

Met andere woorden – een beetje een ex tunc toetsing en een beetje een ex nunc toetsing. In grote lijnen zoals we dat nu al doen volgens mij.

Wat vind ik ervan?

Ik vond dit vrij taaie kost, het is een heel technisch verhaal. Voor de A-G was het denk ik ook een vrij ondankbare klus om hier iets over te gaan schrijven. Ik kan de conclusie dus niet aanraden voor je zondagse leeslijst.

Inhoudelijk denk ik dat de A-G terecht zegt dat de toesting nu prima in elkaar steekt (deels ex tunc, deels ex nunc) en dat dit zo moet blijven. Een Afdelingsuitspraak waarin dit helder uiteen wordt gezet zou ik zelf heel blij mee zijn. Ik vraag mij alleen af of de Afdeling erin gaat slagen om deze – toch vrij ingewikkelde materie – in een overzichtelijke uitspraak te presenteren. De tijd zal het leren!

En nu?

De partijen in deze procedure mogen nu gaan reageren op de conclusie van A-G. Daarna doet de Grote Kamer van de Afdeling (vijf staatsraden) uitspraak in de zaak. Het is niet gezegd dat de A-G wordt gevolgd, maar tot dusver volgt de Afdeling redelijk wat A-G’s zeggen. Gelet op de inhoud van de conclusie (‘Afdeling, je doet het al goed, maar zeg ook even duidelijk wat je nu aan het doen bent’), verwacht ik geen hele gekken dingen bij de uitspraak, maar we zullen het zien!

Over de auteur

Thomas Sanders is advocaat bij AKD. Hij is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden op het gebied van het handhavingsrecht en het invorderingsrecht. Zijn praktijk richt zich op het bijstaan van overheden en bedrijven in (vaak omgevingsrechtelijke) handhavingsgeschillen en de handhaving van de openbare orde. Via www.handhavingsrecht.nl kan je al zijn publicaties raadplegen en je inschrijven voor de nieuwsbrief.

Vragen? Neem contact op via tsanders@akd.nl of LinkedIN, of via de site www.handhavingsrecht.nl

Dit vind je misschien ook leuk...