CBb 10 februari 2026, ECLI:NL:CBB:2026:48 – Is het volledig vernietigen van een aardappeloogst evenredig? Ja: door appellant voorgestelde aternatief is geen “aanvaardbaar alternatief”.
Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak: 10 februari 2026
Datum publicatie: 10 februari 2026
ECLI: ECLI:NL:CBB:2026:48
Fragment:
Beoordeling door het College
Dwangsombesluit
4.1
In het dwangsombesluit heeft de minister geconstateerd dat Maatschap [naam] een overtreding heeft begaan van artikel 37 van de Regeling plantgezondheid, waarin is bepaald dat aardappelen niet worden geteeld in de volle grond op een terrein of perceel, gelegen in een in bijlage 8 aangewezen gebied. Zoals de minister op de zitting heeft toegelicht, is artikel 37 van de Regeling plantgezondheid gebaseerd op artikel 20, eerste lid, aanhef en onder b, en het tweede lid, van de Plantgezondheidswet en artikel 6, aanhef en onder b, van het Besluit plantgezondheid. De bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen volgt uit artikel 28 van de Plantgezondheidswet, in samenhang gelezen met artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
4.2
Naar het oordeel van het College heeft de minister terecht vastgesteld dat Maatschap [naam] het aardappelteeltverbod heeft overtreden. Uit het rapport van bevindingen blijkt dat op twee percelen, die in gebruik zijn bij Maatschap [naam] en zich bevinden in een gebied waarvoor een aardappelteeltverbod geldt, aardappelen zijn gepoot. Maatschap [naam] heeft deze bevindingen ook niet betwist. Dat Maatschap [naam] niet op de hoogte was van het verbod en hierop ook niet is gewezen door de NAK in het kader van het AM-onderzoek, maakt niet dat geen sprake is van een overtreding. Om een overtreding van het teeltverbod aan te nemen is niet vereist dat opzettelijk wederrechtelijk (met zogenoemd boos opzet) is gehandeld. Kennis bij aardappeltelers over de voorschriften over aardappelteelt, waaronder het teeltverbod, wordt verondersteld. De minister was dus bevoegd om handhavend op te treden.
4.3
Het dwangsombesluit is in dit geval een geschikt middel om te waarborgen dat de overtreding van het aardappelteeltverbod wordt beëindigd. Het betoog van Maatschap [naam] dat de overtreding ook op minder belastende wijze had kunnen worden beëindigd, volgt het College niet. Op de zitting heeft de minister uitgelegd waarom de minister niet heeft toegestaan dat de aardappelen nog wat langer, gedurende de beoogde teeltperiode, in de grond konden blijven. Hij heeft toegelicht dat de wortelgroei van aardappels de ontwikkeling van aaltjes stimuleert. Hoe eerder de aardappels uit de grond worden verwijderd, hoe eerder de ontwikkeling van aaltjes stopt. De door Maatschap [naam] voorgestelde optie is daarmee ook naar het oordeel van het College geen aanvaardbaar alternatief. De enkele omstandigheid dat Maatschap [naam] schade heeft geleden door de pootaardappelen voortijdig te rooien, maakt het dwangsombesluit niet onevenwichtig. Het dwangsombesluit is dan ook niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2026:48
Leave a Reply