CBb 15 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:377 – Dwangsom vanwege incidentele overtreding verbeurde niet direct na oplegging last. Bevoegdheid tot invordering daarom niet verjaard.
Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak: 15 juli 2025
Datum publicatie: 15 juli 2025
ECLI: ECLI:NL:CBB:2025:377
Fragment:
Standpunten van de onderneming
3 De onderneming betoogt dat de bevoegdheid tot invordering wel degelijk is verjaard aangezien de verjaringstermijn is aangevangen met ingang van de dag na oplegging van de last onder dwangsom. Zij heeft immers vanaf die datum niet beschikt over de vereiste boordcomputer. De onderneming verwijst ter onderbouwing van haar betoog naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 10 februari 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:273). Volgens de onderneming gaat het betoog van de staatssecretaris, dat de bevoegdheid tot invordering niet is verjaard omdat de verjaringstermijn na het verbeuren van de dwangsom aanvangt, niet op.
Beoordeling door het College
4 Uit artikel 5:35, eerste lid, van de Awb volgt dat de verjaringstermijn aanvangt na de dag waarop de dwangsom verbeurd is. Anders dan de onderneming betoogt biedt de genoemde uitspraak van de Afdeling naar het oordeel van het College geen aanknopingspunten om daarvan af te wijken. Die uitspraak gaat over een last die is gericht op beƫindiging van een (doorlopende) overtreding. Dat is hier niet aan de orde: hier is de last gericht op het niet opnieuw overtreden van een wettelijk voorschrift. Dit betekent dat het betoog van de onderneming dat de verjaringstermijn aanvangt met ingang van de dag na oplegging van de last onder dwangsom niet slaagt.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:377