CBb 16 december 2025, ECLI:NL:CBB:2025:662 – Intrekking van brief waarbij BO voorstelt om overtreding in onderling overleg te beëindigen, is geen appellabel besluit.
Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak: 16 december 2025
Datum publicatie: 16 december 2025
ECLI: ECLI:NL:CBB:2025:662
Fragment:
Beoordeling
3.1
Het College dient te beoordelen of de minister het bezwaar van [naam 1] , gericht tegen de brief van 11 juli 2023, terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daartoe is van belang dat uit artikel 8:1 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb, volgt dat alleen ontvankelijk bezwaar kan worden gemaakt tegen een appellabel besluit. Op grond van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Dit betekent dat de schriftelijke beslissing van het bestuursorgaan de bedoeling moet hebben een bepaald rechtsgevolg – dat wil zeggen een wijziging in de rechtspositie van een betrokkene – tot stand te brengen.
3.2
Het College is van oordeel dat de brief van 11 juli 2023 geen besluit is in de zin van de Awb omdat die brief geen wijziging brengt in de rechtspositie van [naam 1] . Met de brief van 11 juli 2023 wordt [naam 1] erover geïnformeerd dat het voorstel van de minister om de overtredingen in onderling overleg te beëindigen, wordt ingetrokken, omdat [naam 1] ruim vier maanden na het gesprek van 20 februari 2023 nog niet had voldaan aan de voorwaarden van dat voorstel. Deze mededeling is feitelijk van aard. [naam 1] stelt ook niet dat hij wel aan de voorwaarden van het voorstel had voldaan. Hij heeft nooit een UBN aangevraagd. Door de brief van 11 juli 2023 verandert de rechtspositie van [naam 1] in publiekrechtelijke zin dan ook niet. Van een op rechtsgevolg gerichte publiekrechtelijke rechtshandeling is in dit geval daarom geen sprake. Dit betekent dat de brief van 11 juli 2023 niet kan worden aangemerkt als een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Hetzelfde geldt voor wat er tijdens de gesprekken op 16 januari 2023 en 6 februari 2023 door medewerkers van de NVWA is gezegd in het kader van het komen tot een oplossing met [naam 1] . Het gaat hier eveneens om mededelingen die feitelijk van aard zijn en van een op rechtsgevolg gerichte publiekrechtelijke rechtshandeling is evenmin sprake. Er kon dan ook geen bezwaar worden gemaakt tegen de brief van 11 juli 2023 en de mededelingen van medewerkers van de NVWA tijdens de gesprekken op 16 januari 2023 en 6 februari 2023. Uit het voorgaande volgt dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:662
Leave a Reply