CBb 18 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:608 – Gebruik beelden derde-belanghebbende voor vaststellen overtreding toegestaan, nu de overtredingen niet worden betwist en slechts in algemene zin wordt gesteld dat de beelden niet gebruikt mogen worden.

Print deze pagina

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak: 18 november 2025

Datum publicatie: 18 november 2025

ECLI: ECLI:NL:CBB:2025:608

Fragment:

Het besluit van 2 juli 2021 (schorsing van de slachthuiserkenning)

Zorgvuldigheid

10 De onderneming betoogt dat het schorsingsbesluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. Daartoe voert de onderneming aan dat de minister zich voor het schorsingsbesluit alleen heeft gebaseerd op videobeelden van de undercover-medewerker van Varkens in Nood, waarvan de betrouwbaarheid door de minister onvoldoende is geverifieerd. Volgens de onderneming zijn de beelden gemanipuleerd. Ook voert de onderneming aan dat de minister aan het schorsingsbesluit niet meer of andere videobeelden ten grondslag heeft gelegd dan de beelden die al aanleiding hadden gegeven tot het besluit van 28 juni 2021. De minister beschikte ook niet over het volledige, ruwe, beeldmateriaal. De onderneming wijst er verder op dat een groot deel van de dierenwelzijnsovertredingen op de beelden nota bene wordt gepleegd door de undercover-medewerker zelf en dat hij daarbij ook andere medewerkers heeft beïnvloed om dierenwelzijnsovertredingen te plegen. Het schorsingsbesluit is volgens de onderneming verder onzorgvuldig, voor zover daarin nieuwe overtredingen op 28 en 29 juni 2021 aan haar worden tegengeworpen. De rapporten van bevindingen die ter onderbouwing van deze overtredingen zouden moeten dienen zijn van latere datum dan het schorsingsbesluit. Er zijn volgens de onderneming naderhand door toezichthouders verklaringen opgesteld om het schorsingsbesluit te rechtvaardigen. De onderneming vindt dat niet alle geconstateerde overtredingen haar kunnen worden verweten. Zo is het ‘laadklepincident’ volgens de onderneming niet aan haar maar aan de transporteur te wijten. Ook wordt in het schorsingsbesluit melding gemaakt van een oververhit varken, maar dit feit komt vervolgens niet terug in de rapporten van bevindingen. De onderneming betoogt verder dat de overtredingen op 28 en 29 juni 2021 zien op een minder ernstige vorm van dierenleed, omdat het leed niet doelbewust wordt toegebracht, maar slechts het gevolg is van gebreken in het bedrijfsproces waarbij het oogmerk van leedtoevoeging ontbreekt. Aan dit onderscheid wordt in het besluit totaal geen aandacht geschonken. Het schorsingsbesluit is tot slot onzorgvuldig tot stand gekomen omdat de onderneming daarvóór niet is gehoord of om een zienswijze is gevraagd, aldus de onderneming.

10.1
De minister stelt zich op het standpunt dat het schorsingsbesluit zorgvuldig tot stand is gekomen. Aanvankelijk heeft de minister alleen de beelden van RTL-nieuws, een compilatie van ongeveer vier minuten, gezien. Mede op basis van de RTL-beelden is het besluit van 28 juni 2021 genomen. De minister stelt verder dat hij op 28 juni 2021, maar pas nadat de besluiten waren uitgereikt, meer filmbestanden verkreeg van Varkens in Nood. Ook deze beelden zijn door toezichthoudende dierenartsen geanalyseerd en zij hebben daarvan een relaas van bevindingen (relaas van bevindingen beelden Varkens in Nood van 4 juli 2021) opgesteld. Ook op deze beelden zijn ernstige dierenwelzijnsovertredingen door negen verschillende medewerkers waar te nemen en blijkt, zoals ook al uit de compilatie van RTL-nieuws was gebleken, opnieuw dat de medewerkers zich aan het (camera)toezicht proberen te onttrekken. Daarnaast blijkt uit deze beelden dat de animal welfare officer, die juist is aangesteld om het dierenwelzijn te verbeteren, overtredingen pleegt. Op de beelden zijn, zo stelt de minister, in totaal veertien overtredingen te zien. Over de betrokkenheid van de undercover-medewerker bij de overtredingen stelt de minister zich op het standpunt dat dit niet afdoet aan de verantwoordelijkheid van de onderneming voor de naleving van de dierenwelzijnsregels door haar personeel. Voorts bestrijdt de minister dat het schorsingsbesluit onzorgvuldig is voor zover daarin nieuwe overtredingen op 28 en 29 juni 2021 zijn betrokken. Deze overtredingen hebben plaatsgevonden terwijl de onderneming onder verscherpt toezicht stond, door andere medewerkers dan die de onderneming al had geschorst naar aanleiding van de RTL-beelden. De bevindingen van de toezichthouders op 28 en 29 juni 2021 zijn vastgelegd in twee veterinaire verklaringen van 2 juli 2021. Dat de veterinaire verklaringen en de relazen van bevindingen zijn ondertekend op of na 2 juli 2021 maakt evenmin dat sprake is geweest van onzorgvuldigheid. Het is volgens de minister gebruikelijk dat het opstellen van rapporten van bevindingen enige tijd kost. Dit maakt de rapporten niet onbetrouwbaar. Tot slot stelt de minister dat hij de onderneming vanwege de vereiste spoed niet heeft gehoord alvorens het schorsingsbesluit te nemen.

10.2
Het College ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de minister het schorsingsbesluit onzorgvuldig heeft voorbereid. Dit oordeel licht het College als volgt toe.

10.3
Volgens vaste rechtspraak, waaronder de uitspraak van het College van 14 maart 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:131) mag een bestuursorgaan, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel uitgaan van de bevindingen in een rapport van bevindingen, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door een hiertoe bevoegde toezichthouder en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder kan daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Indien de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd. Daarbij zal doorgaans van belang zijn de wijze waarop de bedoelde waarnemingen in het rapport zijn weergegeven en onderbouwd, alsmede de aard van de waarneming en daarbij in het bijzonder in welke mate die waarneming waarderende elementen kent. Als rapporten van bevindingen, zoals in dit geval, niet op ambtseed of ambtsbelofte zijn opgemaakt, komt aan de in die rapporten vermelde feiten en omstandigheden daarmee minder bewijskracht toe, dan wanneer deze zouden zijn opgenomen in een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Maar dit betekent niet dat het bestuursorgaan zijn besluit niet (uitsluitend) op de rapporten van bevindingen mocht baseren. Het College betrekt hierbij dat dit rapport is opgesteld door een opgeleide toezichthouder, van wie niet is gebleken dat deze een belang heeft bij het onjuist vermelden van hetgeen hij heeft waargenomen. Het ligt op de weg van degene bij wie de controle is verricht om aannemelijk te maken dat de bevindingen niettemin onjuist zijn (zie onder andere de uitspraak van het College van 19 september 2023, ECLI:NL:CBB:2023:514).

10.4
De minister heeft toegelicht welke beelden ten grondslag lagen aan het besluit van 28 juni 2021 en welke beelden ten grondslag lagen aan het schorsingsbesluit. Na 28 juni 2021 beschikte de minister over meer en ander beeldmateriaal dan daarvóór. De beelden maken deel uit van het dossier en het College stelt vast dat de beelden die de minister na 28 juni 2021 heeft verkregen ongeveer 50 minuten materiaal beslaan, terwijl de RTL-beelden ongeveer vier minuten materiaal betreffen. Dat het om meer en ander beeldmateriaal gaat, blijkt ook uit de relazen van bevindingen die de toezichthoudend dierenartsen hebben opgesteld op basis van de beelden. Dat de beelden zijn gemaakt op het bedrijf van de onderneming en dat de handelingen op de beelden worden verricht door negen medewerkers van de onderneming, onder wie de animal welfare officer, is niet weersproken. Evenmin heeft de onderneming weersproken dat medewerkers zich aan het toezicht van de toezichthouders van de NVWA proberen te onttrekken. De onderneming heeft ook niet gemotiveerd bestreden dat, zoals in het relaas van bevindingen wordt geconstateerd, de handelingen van de medewerkers op de beelden veertien dierenwelzijnsovertredingen opleveren. Zij heeft slechts in algemene zin betoogd dat de beelden gemanipuleerd en daarom niet betrouwbaar zijn, maar heeft dit geenszins aannemelijk gemaakt. Verder acht het College het niet onzorgvuldig dat de minister het schorsingsbesluit heeft gebaseerd op een selectie van het totale beeldmateriaal. Dat de minister niet over al het ruwe beeldmateriaal beschikte dat de undercover-medewerker gedurende zijn dienstverband van vijf weken in het slachthuis heeft gemaakt, maakt niet dat de minister niet mocht handelen naar aanleiding van de beelden waar hij (al) wel over beschikte. De onderneming heeft verder gewezen op de rol van de undercover-medewerker op de beelden. Het gegeven echter dat hij ook overtredingen heeft gepleegd, doet niet af aan de handelingen van de (andere) negen medewerkers. Bovendien ontslaat dit de onderneming niet van haar verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat haar medewerkers, onder wie indertijd ook de undercover-medewerker, de regels over dierenwelzijn naleven. Verder ziet het College geen aanleiding voor het oordeel dat de undercover-medewerker zijn collega’s indertijd zou hebben beïnvloed om overtredingen te plegen, zoals de onderneming heeft gesuggereerd. Gezien het voorgaande ziet het College geen aanleiding voor het oordeel dat de minister het schorsingsbesluit niet mede mocht baseren op de desbetreffende beelden van Varkens in Nood. Van onzorgvuldig handelen door de minister op dit punt is geen sprake geweest.

10.5
Het College stelt verder vast dat de minister, anders dan de onderneming betoogt, het schorsingsbesluit niet enkel heeft gebaseerd op het (aanvullende) beeldmateriaal. Blijkens het bestreden besluit heeft de minister bij zijn schorsingsbesluit ook betrokken dat er op 28 en 29 juni 2021, toen al een besluit tot verscherpt toezicht was genomen, nieuwe overtredingen zijn gepleegd. De onderneming stelt ten onrechte dat een onderbouwing van die overtredingen ontbreekt, want er zijn over de bevindingen van de toezichthouders op die dagen twee veterinaire verklaringen opgesteld. Uit deze veterinaire verklaringen blijkt dat er verschillende keren dieren op onjuiste wijze werden bedwelmd. Daarnaast viel bij het lossen een varken van de losbrug . Er zijn in totaal vijf overtredingen geconstateerd op 28 en 29 juni 2021.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:608

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *