CBb 18 november 2025, ECLI:NL:CBB:2025:615 – Last is bekend gemaakt aan KVK adres. Overtreder laat na tijdig zijn adres te wijzigen. Komt voor risico overtreder. Ontbreken foto’s geen probleem.

Print deze pagina

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak: 18 november 2025

Datum publicatie: 18 november 2025

ECLI: ECLI:NL:CBB:2025:615

Fragment:

Beoordeling door het College

Kon de last ten grondslag worden gelegd aan het invorderingsbesluit?

4.1
Het College is van oordeel dat de minister de last ten grondslag kon leggen aan het invorderingsbesluit. Hierna licht het College dit toe.

4.2
Een last onder dwangsom wordt op grond van artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) aan de overtreder opgelegd. De overtreder verbeurt de dwangsom als hij niet binnen de begunstigingstermijn aan de last heeft voldaan. Op grond van artikel 5:37 van de Awb moet de minister een invorderingsbesluit nemen voordat een dwangsom kan worden ingevorderd. In het invorderingsbesluit wordt een oordeel gegeven over de vraag in hoeverre dwangsommen zijn verbeurd, omdat maatregelen uit de last niet zijn nageleefd. Ook wordt in het invorderingsbesluit overwogen of, en in hoeverre de dwangsommen zullen worden ingevorderd. Een belanghebbende kan in een procedure tegen een invorderingsbesluit in beginsel niet met succes gronden naar voren brengen die hij tegen de last onder dwangsom naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan alleen in uitzonderlijke gevallen. Van een uitzonderlijk geval kan bijvoorbeeld sprake zijn als evident is dat er geen overtreding is gepleegd en/of betrokkene geen overtreder is (zie onder meer de uitspraak van het College van 2 juli 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:417), onder 4.2).

4.3
[naam 2] heeft in haar bezwaar tegen de invordering van de dwangsom aangevoerd dat de last niet op de juiste wijze bekend is gemaakt waardoor zij geen tijdige uitvoering aan de last kon geven. Tijdens de hercontrole op 3 maart 2023 zou zij pas kennisgenomen hebben van de last. Het College stelt vast dat dit in de beslissing op bezwaar tegen de last door de minister is weerlegd. In dit besluit heeft de minister overwogen dat de voorschriften zijn overtreden door [naam 2] als bedrijfsmatige fokker van honden. Om die reden is de eenmanszaak aangemerkt als de overtreder en zijn de besluiten verzonden naar het postadres zoals dit op dat moment in het handelsregister stond geregistreerd. [naam 2] heeft tegen dit besluit geen beroep ingesteld waardoor de last in rechte is komen vast te staan.

4.4
Het College voegt aan het voorgaande nog het volgende toe. Op de zitting heeft het College de gestelde onjuiste adressering van de last wel besproken met partijen. In dat kader heeft [naam 2] erkend dat het door de minister gebruikte postadres inderdaad een adres was dat op enigerlei moment haar postadres was, maar dat zij heeft nagelaten adreswijzigingen in het handelsregister door te voeren. Het College is van oordeel dat dit voor risico van [naam 2] komt. Op de zitting is voorts gebleken dat er geen bijzondere omstandigheden zijn waarom indertijd geen beroep is ingesteld. Ook is geen sprake van een uitzonderlijk geval zoals in 4.2 beschreven. Het standpunt van [naam 2] dat de minister niet bevoegd was tot invordering, omdat de last niet op de juiste wijze was bekendgemaakt, daarom niet overtreden kon zijn en niet ten grondslag kon worden gelegd aan het invorderingsbesluit, volgt het College dus niet.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:615

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *