CBb 20 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:621 – onvoldoende onderzoek naar handhavingsverzoek. Onduidelijkheid of er een overtreding is of niet = nader onderzoek door BO nodig.

“5. Het College is met verweerder van oordeel dat het handhavingsverzoek van appellante betrekking heeft op de artikelen 2.1, eerste en zesde lid, en 2.2, achtste lid, van de Wet dieren en op de artikelen 1.3, aanhef en onder e, en 1.7, aanhef en onder c, van het Besluit houders van dieren (Bhd). De tekst van deze bepalingen is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt deel uit van de uitspraak.

5.1

Het College gaat met partijen ervan uit dat de konikpaarden in het Oostvaardersveld gehouden dieren zijn in de zin van de Wet dieren. Tussen partijen is in geschil of de aanwezigheid van de grote klis in het Oostvaardersveld een benadeling van de gezondheid of het welzijn van de daar geweide konikpaarden vormt (artikelen 2.1, eerste lid, van de Wet dieren en 1.3, aanhef en onder e van het Bhd), en of sprake is van het onthouden van de nodige zorg door niet (tijdige) behandeling van oogschade bij de konikpaarden (artikelen 2.1, zesde lid, en 2.2, achtste lid, van de Wet dieren en 1.7, aanhef en onder c, van het Bhd). Het College overweegt hierover het volgende.

5.2

Het rapport van bevindingen van 22 september 2021 vermeldt dat bij de inspectie is geconstateerd dat de manen en staarten van de aanwezige paarden (41 oudere dieren met veulens in het zuidelijke deel van het Oostvaardersveld en elf oudere dieren met veulens in het noordelijke deel) verkleefd waren door klissen. De manen hingen niet in de ogen van de dieren. In het zuidelijke deel van het Oostvaardersveld stond een paard met een traanoog, mogelijk als gevolg van stoten of vechten..

5.3

De veterinaire verklaring van 21 september 2021 behorend bij het rapport van bevindingen van 22 september 2021 vermeldt dat de paarden nieuwsgierig naar de toezichthouders toekwamen, dat in de manen en staarten van de paarden klissen zaten, maar dat de manen met klissen niet in de ogen van de paarden kwamen. De veterinaire verklaring vermeldt voorts dat één paard met een tranend oog en één hengst met een gezwollen oog werd aangetroffen. Daarbij is opgemerkt dat paarden normaliter geen last hebben van klissen die in de maantop blijven hangen. De klissen worden aan bomen, struiken etc. afgeschuurd. In enkele gevallen, bijvoorbeeld paarden die een allergische reactie ontwikkelen, of bij overmatig klissenbeval (mechanische irritatie van de ogen bij hoofdschudden) kan dit tot een welzijnsaantasting leiden. Een traanoog ook andere (mechanische) oorzaken kan hebben dan klissen in de maantop, bijvoorbeeld als de paarden in een groep staan en met hun staarten kwispelen om vliegen te verjagen, of een oogontsteking. Daarnaast vermeldt de veterinaire verklaring dat de konikpaarden niet te benaderen zijn zoals andere gehouden paarden, zodat het onmogelijk is om de klitten uit de manen te kammen of de ogen van de dieren te behandelen met oogzalf. Het vangen en behandelen van de paarden zou onnodig veel stress voor de dieren betekenen. Ook zouden de klissen direct na het verwijderen weer in de manen en staarten zitten. Daarom is het belangrijk de paarden te observeren en in te grijpen als de situatie uit de hand loopt. Dit gebeurt: de medewerkers van Staatsbosbeheer en de praktiserende dierenarts controleren de paarden regelmatig volgens schema. De klissen tasten onder de gegeven omstandigheden het welzijn van de konikpaarden niet aan.

6.1

Het College is van oordeel dat het rapport van bevindingen en de veterinaire verklaring niet concludent zijn. Enerzijds wordt vermeld dat de manen en de staarten van de konikpaarden vol zitten en verkleefd zijn met klissen en dat dit in enkele gevallen kan leiden tot een welzijnsaantasting. Anderzijds wordt uitgesloten dat de aanwezigheid van klissen in manen en staarten tot gevolg kan hebben dat de konikpaarden last hebben van tranende ogen of oogontsteking, omdat de manen niet in de ogen hangen, en wordt geconcludeerd dat de klissen onder de gegeven omstandigheden het welzijn van de konikpaarden niet aantasten. Dit terwijl eveneens wordt vermeld dat de paarden in groepen staan en dan met hun staart zwaaien en ook vliegen verjagen met hun staart. Nu de staarten verkleefd zijn met klissen lijkt het heel goed mogelijk dat zo klissen in de ogen van andere paarden terechtkomen. Appellante wijst er daarnaast terecht op dat de konikpaarden grazen tussen de klissen en ook dan met de ogen in de buurt komen van de klissen. Appellante heeft voorts diverse foto’s overgelegd in de periode rondom de inspecties door verweerder waarop valt te zien dat de manen en de staarten van de konikpaarden vol zitten met klissen en meerdere dieren last hebben van tranende ogen of een oogontsteking.

6.2

Gelet hierop bestaat grond voor twijfel aan de conclusies in het rapport van bevindingen en de veterinaire verklaring. De aanwezigheid van de grote klis in het Oostvaardersveld vormt mogelijk een aantasting van de gezondheid of het welzijn van de konikpaarden. Daarom had het op de weg van verweerder gelegen om een meer diepgaand onderzoek te doen naar de gevolgen van de grote klis voor de gezondheid en het welzijn van de konikpaarden in het Oostvaardersveld en voor de beweidbaarheid van het Oostvaardersveld. Ook als de verzorging van konikpaarden met oogschade moeilijk is, vormt dit geen geldige reden voor verweerder om een meer diepgaand onderzoek naar de eventuele aantasting van de gezondheid of het welzijn van de dieren achterwege te laten. Hierbij had verweerder moeten betrekken wat appellante, ook met beeldmateriaal, naar voren heeft gebracht.

6.3

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat verweerder naar aanleiding van het verzoek om handhaving van appellante onvoldoende onderzoek heeft verricht en het handhaven van de afwijzing van dit verzoek in het bestreden besluit II onvoldoende heeft gemotiveerd. Het bestreden besluit II is daarmee in strijd met artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb.”


https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CBB:2022:621