CBb 22 juli 2025, ECLI:NL:CBB:2025:381 – Hercontrole direct voor oplegging dwangsombesluit niet nodig in dit geval.

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak: 22 juli 2025

Datum publicatie: 22 juli 2025

ECLI: ECLI:NL:CBB:2025:381

Fragment:

Had de minister voor het nemen van het dwangsombesluit nog een hercontrole moeten verrichten?

6.1
Het betoog van [naam] dat de minister het dwangsombesluit niet had mogen nemen, omdat hij de maatregelen die in het dwangsombesluit aan hem zijn opgedragen al stelt te hebben getroffen voordat het besluit was genomen, slaagt niet. Het College legt hierna uit waarom.

6.2
Het College begrijpt het betoog van [naam] zo dat hij zich op het standpunt stelt dat de minister, voordat hij het dwangsombesluit wilde nemen eerst nog een hercontrole had moeten uitvoeren. Daarbij heeft hij mede aangevoerd dat de controle van 7 april 2022 slechts een momentopname betrof. Na die controle heeft [naam] , zo heeft hij op de zitting verklaard, zijn kanaries en cavia’s dagelijks vers water en voer toegediend.

6.3
Tussen de controle van 7 april 2022 en de datum waarop het dwangsombesluit is genomen, 22 april 2022, zitten vijftien dagen. In die periode heeft de minister geen hercontrole uitgevoerd. De eerstvolgende hercontrole is op 12 mei 2022, en daarmee na het dwangsombesluit, uitgevoerd. Zoals het College in zijn uitspraak van 28 januari 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:38, onder 9.3) heeft overwogen, is de minister in beginsel niet gehouden om vlak voor het opleggen van een herstelsanctie (een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom) een hercontrole uit te voeren naar de actuele situatie wat betreft de naleving van de bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften, maar kan daartoe in bepaalde gevallen wel aanleiding bestaan. In dit geval bestond daartoe naar het oordeel van het College geen aanleiding. Het College neemt hierbij in aanmerking dat toen het dwangsombesluit werd genomen nog maar een korte periode was verstreken sinds de controle die was uitgevoerd op 7 april 2022 en dat er in die periode geen concrete aanknopingspunten waren voor een hercontrole. Verder is niet relevant dat de controle op 7 april 2022 een momentopname betrof (zie onder 5.4 en 5.19).

6.4
Voor het kunnen opleggen van een last die strekt ter voorkoming van herhaling van een overtreding, waartoe de voorliggende last mede strekt, is bovendien alleen relevant of een eerdere overtreding is gepleegd. Dat [naam] , naar hij stelt, na de controle van 7 april 2022 en voordat het dwangsombesluit was genomen de opgelegde maatregelen al had getroffen is in het kader van dat deel van de last dus niet relevant. Op 7 april 2022 was namelijk een (eerdere) overtreding geconstateerd.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2025:381