CBb 3 februari 2026, ECLI:NL:CBB:2026:30 – “Het ligt op de weg van degene bij wie de controle is verricht om aannemelijk te maken dat de bevindingen niettemin onjuist zijn. Daartoe is een enkele, niet nader onderbouwde, ontkenning van de overtreding onvoldoende.”

Print deze pagina

Instantie College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak: 3 februari 2026

Datum publicatie: 3 februari 2026

ECLI: ECLI:NL:CBB:2026:30

Fragment:

5.2
De minister heeft zich voor de overtreding van artikel 2.22, eerste en tweede lid, van het Bhd gebaseerd op het door de toezichthouders van de NVWA opgestelde rapport van bevindingen waarin hun waarnemingen zijn opgenomen. De minister stelt dat daaruit blijkt dat de vennootschap niet heeft voldaan aan de verplichting om voldoende hokverrijking voor varkens te hebben. Volgens vaste rechtspraak, waaronder de uitspraak van het College van 9 december 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:644) mag een bestuursorgaan, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel uitgaan van de bevindingen in een rapport van bevindingen, indien de controle is verricht en het rapport is opgemaakt door (een) hiertoe bevoegde toezichthouder(s) en het rapport zelf geen grond biedt om aan de juistheid van de bevindingen te twijfelen. Een toezichthouder wordt geacht te beschikken over de benodigde expertise om het wettelijk geregelde toezicht te houden. Aan de bevindingen van een toezichthouder kan daarom niet lichtvaardig voorbij worden gegaan. Als de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd. Daarbij zal doorgaans van belang zijn de wijze waarop de bedoelde waarnemingen in het rapport zijn weergegeven en onderbouwd, alsmede de aard van de waarneming en daarbij in het bijzonder in welke mate die waarneming waarderende elementen kent. Als het rapport van bevindingen, zoals in dit geval, niet op ambtseed of ambtsbelofte is opgemaakt, komt aan de in het rapport vermelde feiten en omstandigheden daarmee minder bewijskracht toe dan wanneer deze zouden zijn opgenomen in een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Maar dit betekent niet dat het bestuursorgaan zijn besluit niet (uitsluitend) op het rapport van bevindingen mag baseren.

5.3
Het ligt op de weg van degene bij wie de controle is verricht om aannemelijk te maken dat de bevindingen niettemin onjuist zijn. Daartoe is een enkele, niet nader onderbouwde, ontkenning van de overtreding onvoldoende. Het College stelt vast dat de vennootschap haar betwisting van de bevindingen in het rapport van bevindingen niet heeft onderbouwd. Het College is van oordeel dat de minister op grond van het rapport van bevindingen terecht heeft vastgesteld dat de vennootschap de overtreding heeft begaan. Toezichthouders hebben tijdens de controle op 8 juni 2022 vastgesteld dat circa 790 varkens niet permanent konden beschikken over geschikt materiaal om te onderzoeken en mee te spelen. Op grond van het voorgaande is daarmee ook vast komen te staan dat de vennootschap de onder 4.1 weergegeven randvoorwaarde niet heeft nageleefd.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:CBB:2026:30

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *