Promoveren naast je werk: 10 tips voor als je het overweegt

Twee weken geleden is het tot mijn eigen verbazing gelukt om te promoveren in de rechten in Leiden. Het promoveren heb ik naast mijn werk als advocaat bij AKD gedaan. Ik heb veel plezier gehad in het onderzoek, maar ik heb het hele traject eerlijk gezegd volstrekt onderschat en ik liep op het einde ook echt op mijn tandvlees. Die constatering leidde mij tot wat zelfreflectie: waarom heb ik dit eigenlijk in vredesnaam gedaan? Was het nou echt een goed idee om dit naast mijn werk te doen (zou ik het anderen aanraden) en wat zijn mijn ‘lessons learned’?

Voor diegene die mij niet kennen een korte inleiding voor de context. Ik ben Thomas Sanders, 32 jaar oud, advocaat bestuursrecht en omgevingsrecht bij AKD in Breda en Eindhoven, getrouwd met Elise (ook advocaat) en vader van twee jonge kinderen (4 en 2). Ik ben na een traject van 5 jaar en 1 maand op woensdag 17 oktober 2018 gepromoveerd in Leiden tot doctor in de rechten op het (bestuursrechtelijk) onderwerp ‘Invordering door de overheid’. Daarin heb ik onderzocht hoe de bestuursrechter het besluit van een bestuursorgaan om bepaalde geldschulden op te eisen toetst.

Wat heb ik geleerd en wat geef ik iedereen die overweegt om naast zijn voltijd baan te promoveren graag mee?

1.      Het kost tijd. Echt heel veel tijd.

Het lijkt een beetje een open deur intrappen, maar een promotietraject kost ontzettend veel tijd en daarmee doorzettingsvermogen en discipline. Als advocaat hou ik mijn werktijd natuurlijk nauwgezet bij, maar ook de tijd die ik in mijn vrije tijd aan mijn promotie besteedde heb ik redelijk goed bijgehouden. Dat geeft een interessant inzicht denk ik.

Van start (september 2013) tot einde (oktober 2018), heb ik ongeveer 5200 uur besteed aan het schrijven van mijn proefschrift. Dat is dus ongeveer 2 jaar en 9 maanden werken voltijd (à 40 uur). Dat is gewoon 0,5 fte erbij, bovenop je reguliere baan.

Het laatste anderhalf jaar van mijn promotie was AKD zo genereus om mij een dag per week vrij te stellen. Zeker in het laatste (meest intensieve) deel was dat onontbeerlijk. Daarnaast kon ik als het rustig was op werk ook de nodige werktijd in mijn promotie stoppen. De rest was allemaal vrije tijd.

Hoeveel vrije tijd precies? Nou, ik schat in dat ik 1600 uur in de baas zijn tijd heb kunnen doen en daarmee was circa 3600 uur ‘mijn’ tijd (voor zover je dat onderscheid in de advocatuur echt kan maken…). Dat is dus 720 uur van mijn vrije tijd per jaar, verspreid over de avonden, weekenden en vrije dagen.

Eigenlijk gewoon een (heel) slecht plan. Tenzij je het echt leuk vindt en er energie van krijgt!

2.      Wees eerlijk tegen jezelf over je drijfveren

Omdat het zoveel tijd kost vergt het naast discipline en doorzettingsvermogen gewoon passie voor het onderwerp. Daarom is het belangrijk om jezelf af te vragen: waarom wil ik dit eigenlijk en gaat die drive mij die 5000+ uur op de been houden?

Toen ik startte met promoveren had ik een aantal drijfveren: 1) ik vond mijn onderwerp razend interessant, 2) ik vond het wel een leuke uitdaging en 3) die dr. titel vond ik ook wel een gaaf idee.

Die drive veranderde snel. De titel alleen kon mij eigenlijk al vrij snel niet meer motiveren en de uitdaging was er echt wel vanaf na 3000+ uur. Het enige dat mij nog een beetje vooruit hielp was de interesse in het onderwerp.

Daarom denk ik dat je eerlijk tegen jezelf moet zijn. Vraag jezelf af: heb ik een onderwerp dat ik zo interessant vind dat ik het daarmee de komende jaren 5000+ uren naast mijn normale werk, alleen in een kamertje, uit kan houden? Zo nee: bespaar je de ellende.

3.      Vind de juiste promotoren

Makkelijker gezegd dan gedaan. Bovendien: het is niet alsof ik rond ‘geshopt’ heb. Ik heb gewoon enorm veel geluk gehad met twee buitengewoon scherpe geesten die mijn onderwerp ook wel interessant vonden (Tom Barkhuysen en Martijn Scheltema). Extra bonus in dit geval was dat zij ook advocaten waren en slechts in deeltijd hoogleraar (Tom bij Stibbe en Martijn bij PelsRijcken). Zij konden zich dus goed in mijn praktische sores verplaatsen zonder oog te verliezen voor de noodzakelijke kwaliteit.

4.      Vind in vredesnaam een onderwerp dat raakvlakken met jouw praktijk heeft

Een theoretisch probleem oplossen is leuk als wetenschapper, maar de praktijk heeft er doorgaans helemaal niets aan. Mijn onderwerp was heel praktisch. Zo praktisch zelfs dat een gerenommeerd wetenschapper op mijn mededeling van mijn promotieonderwerp droogjes reageerde met ‘goh, je kan ook overal op promoveren tegenwoordig’.

Kiezen voor een praktisch onderwerp om op te promoveren als buitenpromovendus heeft twee voordelen. Ten eerste zie je in je werk ook gelijk praktische problemen die de wetenschap niet (of niet voldoende) onderkent. Je hebt hier dus een voordeel ten opzichte van de ‘hard-core’ wetenschappers. Ten tweede heeft een praktisch onderwerp spinoff voor je werk en carrière. Ik heb bijvoorbeeld aardig wat spinoff gehad voor mijn praktijk in de vorm van cliënten die specifiek mij moeten hebben. Ik kan ook dankzij mijn onderzoek met goed fatsoen stellen dat er weinig mensen zijn in Nederland die meer van bestuurlijke handhaving en de invordering van geldschulden uit sancties weten dan ik. Dat is een ‘marketable skill’. Zo heb je ook nog iets aan je onderzoek in je praktijk.

5.      Beginnen via artikelen is echt een goed idee

Ik ben begonnen door op artikelen te promoveren om uiteindelijk een compleet boek te schrijven (een ‘klassiek’ proefschrift). Op artikelen promoveren houdt in dat je zelfstandige artikelen schrijft over de jaren en dan op een bundeling daarvan promoveert. Daar wordt in (juridische) wetenschappelijke kringen een beetje de neus voor opgehaald omdat het niet om een ‘echt’ proefschrift zou gaan. Ten onrechte (naar mijn mening).

Het voordeel van deze methode is dat je (i) laagdrempelig je onderwerp kan verkennen, (ii) ook iets overhoudt aan je onderzoek als je uiteindelijk niet promoveert en (iii) je onderwerp in hapklare blokken kan verdelen.

Ik heb in totaal 7 artikelen gepubliceerd over de jaren als buitenpromovendus. Uiteindelijk heb ik echter toch een klassiek proefschrift geschreven. Ik vond de eerdere artikelen inmiddels wat gedateerd (de wereld verandert snel) en ik wilde uiteindelijk toch een compleet verhaal / handboek maken.

Achteraf ben ik nog steeds blij dat ik ben begonnen met een promotie op artikelen. Zonder het opstapje van mijn artikelen was het schrijven van het proefschrift namelijk een stuk moeilijker geweest.

Of ik mijn precieze route zou aanraden weet ik alleen niet. Dat heeft met de daarmee gemoeide tijdsbesteding te maken. Het omvormen van mijn artikelen in een proefschrift heeft mij veel stress en werk opgeleverd. Van de 5200 uur waren er ca. 3000 gemoeid met het daadwerkelijk onderzoek en artikelen schrijven, de resterende 2200 uur zaten in het samenvoegen, aanpassen en aanvullen van het manuscript om er een ‘echt’ proefschrift van te maken. Ik ben er nog niet over uit of dat het waard was.

6.      Wetenschappelijk onderzoek is iets heel anders dan een handboek schrijven

Wat ik altijd leuk vind om te horen is dat mijn proefschrift zo opgezet is dat het bruikbaar is voor de praktijk. Dat was eigenlijk ook mijn grootste valkuil. Ik schreef voornamelijk voor vakgenoten met hun voeten in de modder. Bij een van mijn eerste manuscripten vroegen mijn promotoren dan ook: ‘leuk handboek, maar wat vind je nou eigenlijk zelf van het onderwerp?’

Een proefschrift betekent duidelijk stelling nemen en die stellingen op een deugdelijke (wetenschappelijke) manier onderbouwen. Het is meer dan alleen maar alles samenvatten. Dat betekent ook dat je – als je in de praktijk werkzaam bent – een mening moet ventileren over het werk dat nu wordt gedaan. Voor juristen betekent dat een duidelijke visie op wat rechters nu aan het doen zijn. Rechters waar jij misschien ook zo af en toe voor moet verschijnen om een zaak te bepleiten. Dat is soms best ongemakkelijk – zeker als je het echt niet eens bent met wat ze doen. Wees je daarvan bewust bij het starten van je onderzoek!

7.      De dingen die jij interessant vindt, vinden anderen soms niet interessant (en andersom)

Van alle onderwerpen waar mijn proefschrift over ging vond ik één onderwerp echt verschrikkelijk. Die bewaarde ik tot het allerlaatst omdat ik de ijdele hoop had dat het gewoon magischerwijs zou verdwijnen. Dat gebeurde niet en onder zachte dwang van mijn promotoren kwam het toch in het onderzoek.

Dat was de formele rechtskracht. Voor niet-juristen: dit is de regel ‘klaar is klaar, ook als het niet eerlijk is’ en is een heet hangijzer. Iedereen vindt er wel wat van. Wat je er dus ook over zegt – mensen gaan over je heen vallen. Ik had niet per se de wens om me vol in dat verhitte debat te gaan storten. Maar goed, met frisse tegenzin ben ik daar toch maar iets van gaan vinden en uiteindelijk had ik er ontzettend veel plezier in.

Wat vinden de meesten nu het interessantst aan mijn proefschrift? Mijn verhaal over de formele rechtskracht.

Ook hier is de meerwaarde van goede promoteren duidelijk: als het aan mij had gelegen had ik het onderwerp begraven. Dan was mijn proefschrift vermoedelijk bij iedereen in de la beland (‘handig handboek’). Nu wordt het gelezen voor mijn standpunten en dat is toch wel erg leuk.

Wat ik dus graag meegeef is dat je moet accepteren dat je onderzoek soms hele andere kanten op zal gaan. Ook als je dat zelf wellicht niet echt wil. En dat kan heel goed uitpakken. Flexibiliteit is echt ontzettend belangrijk.

8.      Werk / privé: combineren moet je leren

Ook een open deur, maar het promotietraject heeft een hele zware wissel getrokken op mij persoonlijk maar ook op mijn familie. Niet dat mijn kinderen mij niet herkennen, maar als je voor de zoveelste avond of het zoveelste weekend je vrouw moet vertellen dat je nu toch echt even dit hoofdstuk moet afschrijven – leuk is anders. Zonder de steun en liefde van mijn vrouw was het mij dan ook echt niet gelukt.

9.      Het is niet alleen maar kommer en kwel

Als je bij het lezen van dit artikel een plaatsvervangende depressie voelt opkomen: welcome to the club! Volgens onderzoek van het universiteitsblad van de UvA (Folia) heeft 36,5% van de promovendi symptomen van depressie. Dat zal ook wel opgaan voor buitenpromovendi.

Daarom als bewijs dat het erg leuk kan zijn, een paar hoogtepunten die ik volgens mij aan mijn promotietraject te danken heb. Ik kan overigens niet bij alles een oorzakelijk verband bewijzen (dus het is meer correlatie dan causatie):

  • Ik ben gepromoveerd (daar lijkt voorshands wel sprake te zijn van een oorzakelijk verband);
  • Bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en ook de rechtbanken Amsterdam, Overijssel, Zeeland-West-Brabant, en Gelderland een praatje mogen houden over invordering en mijn onderzoek;
  • Docent geworden bij het opleidingsinstituut voor de rechterlijke macht (SSR);
  • Vaste annotator (commentator van rechterlijke uitspraken) geworden voor het toonaangevende AB rechtspraak bestuursrecht tijdschrift;
  • Komend jaar mag ik voor mijn bestuursrecht vakgenoten in de VAR (onze vakbond) een advies schrijven (jawel – op het onderwerp van de formele rechtskracht…);
  • De promotie zelf was (na mijn huwelijk en de geboorte van mijn kinderen dan) het mooiste feestje van mijn leven;
  • En, waar ik nog het meest blij om ben: bij mijn promotie is er € 2.294,- opgehaald voor het goede doel (alvleesklierkanker onderzoek door Stichting Support Casper).

10. Tot slot: bezint voor gij begint!

Aan het einde rest mij nog om je heel veel plezier te wensen. Ik vond het ontzettend leuk om te doen. Ik heb ook erg veel geleerd en had het allemaal niet willen missen. Er waren hoge pieken en (veel) diepe dalen, maar onderaan de streep zou ik het toch aanraden – ook naast je werk.

Doe het alleen alsjeblieft niet lichtzinnig want dan word je er echt niet gelukkig van. Mocht je nog vragen hebben, schroom dan niet om mij even te mailen (tsanders@akd.nl), ik ben altijd bereid om even te kletsen over mijn ervaringen.

Zelf in deeltijd gepromoveerd en nog iets toe te voegen (of tegen te spreken)? Laat gerust een comment achter!

Over de auteur

Thomas Sanders is advocaat bij AKD advocaten te Breda en Eindhoven. Hij is gepromoveerd aan de Universiteit Leiden op het gebied van het handhavingsrecht en het invorderingsrecht. Zijn praktijk richt zich op het bijstaan van overheden en bedrijven in (vaak omgevingsrechtelijke) handhavingsgeschillen en de handhaving van de openbare orde. Vragen? Neem contact op via tsanders@akd.nl of LinkedIN.