Rb. Amsterdam 3 november 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8315 – oude bouwwerken – regels voor handhaving samengevat – eigenaar is nog steeds overtreder voor bouwen afvoerpijp in 1963 door huurder omdat hij toen ook eigenaar was.

Juridische grondslag voor handhaving

8. Eiseres voert aan dat zij vóór 2007 eigenaar is geworden van het pand en zij geen reden had om aan te nemen dat de verbouwingen zonder vergunning zouden plaatsvinden. Eiseres verwijst naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 6 juli 20162 waaruit volgt dat een last onder dwangsom niet kan worden opgelegd aan overtreders die het eigendom vóór 1 april 2007 hebben verworven en die geen concrete aanwijzingen behoorden te hebben dat sprake was van een bouwwerk zonder vergunning.

9. Uit een uitspraak van de Afdeling van 15 september 20213 volgt dat in gevallen waarin de huidige eigenaar niet zelf de betrokken bouwwerken zonder of in afwijking van een bouwvergunning heeft gebouwd, maar het gebouwde vóór 1 april 2007 heeft verworven en aldus in stand laat, de rechtszekerheid zich er in beginsel tegen verzet dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt wegens overtreding van artikel 40, eerste lid, aanhef en onder b, van de Woningwet (thans artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo). Dat zou, mede gelet op de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 40, eerste lid, aanhef en onder b, van de Woningwet (Kamerstukken II 2003/04, 29 392, nr 3, blz. 34-35), anders zijn geweest indien de huidige eigenaar ten tijde van de verkrijging concrete aanwijzingen had dat zonder of in afwijking van een bouwvergunning was gebouwd.

10. Op grond van artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo is het verboden om een bouwwerk in stand laten dat zonder omgevingsvergunning is gebouwd. Uit de hierboven genoemde rechtspraak van de Afdeling volgt dat de rechtszekerheid zich tegen het opleggen van een last onder dwangsom kan verzetten tenzij er sprake is van concrete aanwijzingen dat zonder of in afwijking van de vergunning is gebouwd. Eiseres heeft het pand in 1955, dus vóór 1 april 2007, in eigendom verkregen. De afvoerpijp is in 1963, dus nadat eiseres het pand in eigendom heeft verkregen, gebouwd. Aan eiseres is om toestemming gevraagd door de huurder voor de bouwwerkzaamheden. Anders dan de situatie waarin in bovengenoemde jurisprudentie sprake was, is de hier gebouwde afvoerpijp gerealiseerd terwijl eiseres reeds eigenaar was van het pand. Eiseres was op de hoogte van deze bouwwerkzaamheden en voldoende aannemelijk is dat er concrete aanwijzingen waren dat zonder of in afwijking van de vergunning is gebouwd. Van eiseres kon worden verwacht dat zij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het door haar verhuurde object wordt gemaakt en daarbij dus ook over de bouwwerkzaamheden en de daarvoor verleende vergunning.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RBAMS:2022:8315