Rb. Den Haag 3 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:5392 – Last strekt ertoe om pand in de “vergunde staat” uit 1996 terug te brengen. Daarmee strekt last verder dan opheffen overtreding.
Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak: 3 april 2025
Datum publicatie: 17 april 2025
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:5392
Fragment:
De last onder dwangsom met beheersmaatregel
5. De rechtbank ziet zich in deze procedure als eerst voor de vraag gesteld voor welke overtreding de last onder dwangsom met de beheersmaatregel is opgelegd. Zoals ter zitting met partijen is besproken zijn zij er vanuit gegaan dat de last onder dwangsom is opgelegd voor het verwijderen van de binnenwand tussen de winkelpanden [adres 2] en [adres 3] . Dit staat echter niet in het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom met de beheersmaatregel. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat de last onder dwangsom en de beheersmaatregel onvoldoende duidelijk zijn en dat de overtreding onvoldoende duidelijk is omschreven. De rechtbank ziet hierin voldoende reden om aan te nemen dat het beroep van eiseres ook ziet op het niet noemen van het verwijderen van de binnenwand. Daarbij geldt dat de rechtbank ook niet kan toekomen aan de bespreking van de beroepsgronden van eiseres zonder eerst vast te stellen voor welke overtreding de last onder dwangsom met de beheersmaatregel is opgelegd. In het bijzonder kan de rechtbank niet beoordelen of er mogelijk sprake is van concreet zicht op legalisatie vanwege de aanvragen om een omgevingsvergunning voor het verwijderen van de binnenwand, zonder eerst vast te stellen of er überhaupt is gehandhaafd op het verwijderen van deze binnenwand.
5.1.
Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) vereist het rechtszekerheidsbeginsel dat een last zodanig duidelijk en concreet geformuleerd wordt dat degene tot wie de last is gericht niet in het duister hoeft te tasten over hetgeen gedaan of nagelaten moet worden om de overtreding te beëindigen.2
5.2.
In het primaire besluit staat dat de last onder dwangsom met de beheersmaatregel is opgelegd omdat bouwwerkzaamheden zijn uitgevoerd zonder een omgevingsvergunning. In het besluit staat vervolgens om welke drie bouwwerkzaamheden het onder andere gaat, namelijk het aanbrengen van een brandwerend plafond, het wijzigen van de indeling achter in het pand en het aanbrengen van kabels voor een nog aan te brengen reclame-uiting. In het besluit staat nergens dat het ook gaat om het verwijderen van de binnenwand. Het besluit tot het opleggen van de last onder dwangsom met de beheersmaatregel kan daarom niet anders worden gelezen dan dat dit alleen ziet op de drie genoemde overtredingen. Het rechtszekerheidsbeginsel staat eraan in de weg dat de last onder dwangsom met de beheersmaatregel ook moet worden geacht te zijn opgelegd voor het in het primaire besluit niet genoemde verwijderen van de binnenwand.
5.2.1.
In het bestreden besluit heeft verweerder een motivering gegeven over de binnenwand, maar verweerder heeft de opgelegde last onder dwangsom met de beheersmaatregel niet aangepast. De rechtbank overweegt dat alleen al hierom de motivering in het besluit op bezwaar er niet voor kan zorgen dat de opgelegde last onder dwangsom met de beheersmaatregel ook is gaan zien op het verwijderen van de binnenwand.
5.3.
De rechtbank overweegt vervolgens dat in het primaire besluit staat dat eiseres om de overtreding ongedaan te maken het pand in de oude vergunde staat moet terugbrengen. De rechtbank overweegt dat de herstelmaatregel daarmee vereist dat het hele pand wordt teruggebracht in de staat zoals die was in 1996 met daarbij de terugplaatsing van de verwijderde binnenwand. Hierdoor strekt de last verder dan noodzakelijk is voor het ongedaan maken van de drie overtredingen waarop de last ziet.3 Dit is niet toegestaan.
5.4.
De rechtbank komt reeds daarom tot het oordeel dat de opgelegde last onder dwangsom met de beheersmaatregel niet in stand kan blijven. De overige gronden van eiseres tegen de opgelegde last onder dwangsom met beheersmaatregel hoeven geen bespreking meer.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:5392