Rb. Den Haag 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18699 – Zonder aanvraag in dit geval geen concreet zicht, maar doet niet ter zake omdat inmiddels aan de last is voldaan. “Daarom kan van [de overtreder] niet meer worden verlangd dat hij een aanvraag indient tot legalisering.”
Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak: 9 oktober 2025
Datum publicatie: 23 oktober 2025
ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2025:18699
Fragment:
Is het primaire besluit in bezwaar alsnog van een toereikende motivering voorzien?
7. Eiser betoogt dat het college ten onrechte de adviescommissie heeft gevolgd in zijn conclusie dat er concreet zicht op legalisatie bestaat. Er ligt nog niet eens een ontvankelijke aanvraag van de eigenaar van het pand voor ter legalisering van de huidige bouwkundige situatie van de achtergevel. Ook kan niet worden gezegd dat de benodigde wijzigingen ten aanzien van de roedeverdeling van de ramen en het ontbreken van de wangen bij de dakkapel van ondergeschikt belang zijn.
7.1.
De adviescommissie heeft overwogen dat concreet zicht op legalisatie bestaat, omdat niet kan worden uitgesloten dat de eigenaar van het pand een tot legalisatie van de bestaande toestand strekkende omgevingsvergunning zal indienen. De strekking van deze overweging, te weten dat de eigenaar van het pand een aanvraag moeten indienen, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gevolgd. Het is immers vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) dat een gegeven last de vereiste toestemming om aan die last te voldoen, impliceert. Het college is zowel het bevoegde gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het in enig opzicht wijzigen van het pand als voor het treffen van handhavingsmaatregelen zoals het opleggen van een last onder bestuursdwang. Voor het voldoen aan een last onder bestuursdwang is dan ook geen omgevingsvergunning vereist.3
7.2.
Het bezoekverslag van 4 januari 2023 van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling vermeldt dat de werkzaamheden volgens afspraak zijn uitgevoerd en dat het dossier daarom zal worden gesloten. Gelet op dit bezoekverslag heeft de eigenaar van het pand aan de last onder dwangsom voldaan. Daarom kan van hem niet meer worden verlangd dat hij een aanvraag indient tot legalisering van de nu bestaande situatie aan de achterzijde van het pand.
7.3.
Eiser heeft dus weliswaar terecht betoogd dat de in bezwaar gegeven aanvullende motivering van het primaire besluit ontoereikend is, maar tot het daarmee door eiser verhoopte resultaat (namelijk dat de eigenaar van het pand een omgevingsvergunning moet aanvragen) kan dat dus niet leiden. De rechtbank zal dit gebrek daarom met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) passeren.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18699
Leave a Reply