Rb. Gelderland 12 augustus 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:6704 – Dwangsom van 10.000,- per overtreding bij particulier voor vijver, schuur en wal te hoog: motivering dat hoogte is gebaseerd op ‘vaste gedragslijn’, onvoldoende.
Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak: 12 augustus 2025
Datum publicatie: 14 augustus 2025
ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2025:6704
Fragment:
Hoogte dwangsommen
10. Eiser stelt dat de hoogte van de lasten behoort te zijn toegesneden op de concrete omstandigheden van het geval. De waarde van het geschonden belang wordt op geen enkele wijze afgezet tegen de vermeend noodzakelijke prikkel.
10.1.
De beroepsgrond slaagt. De rechtbank is met het college van oordeel dat het opleggen van een last onder dwangsom ten doel heeft de overtreder te bewegen tot naleving van de voor hem geldende regels. Van de dwangsom moet een zodanige prikkel uitgaan dat de opgelegde lasten worden uitgevoerd zonder dat een dwangsom wordt verbeurd. Voor het verwijderen van het bouwwerk, de vijver en de aarden wallen heeft het college een dwangsom van € 10.000,- per overtreding opgelegd en voor het verwijderen van de verharding € 5.000,-. Het college wijst op de veelvuldigheid van de overtredingen en geeft verder aan dat de hoogte is gebaseerd op de bestendige gedragslijn.
De enkele verwijzing naar een vaste gedragslijn die niet op schrift is gesteld, maakt het voor de rechtbank onmogelijk te toetsen of de oplegde dwangsommen in overeenstemming zijn met deze gedragslijn. Bovendien is volgens vaste rechtspraak de hoogte van een dwangsom onvoldoende gemotiveerd met een enkele verwijzing naar een protocol.12
Verder moet, gelet op het bepaalde in artikel 5:32b, derde lid, van de Awb, de hoogte van de dwangsom in redelijke verhouding staan met de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsom.
Naast de verwijzing naar de bestendige gedragslijn motiveert het college de hoogte van de dwangsommen met de overweging dat sprake is van meerdere overtredingen. Ook dit acht de rechtbank onvoldoende, aangezien door uitsluitend aan elke overtreding een dwangsom te koppelen en deze bij elkaar op te tellen, het college er geen blijk van heeft gegeven beoordeeld te hebben of de uitkomst hiervan evenredig is in verhouding tot het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsommen.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat het college de hoogte van de dwangsommen onvoldoende heeft gemotiveerd.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:6704
Leave a Reply