Rb. Gelderland 23 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3174 – Arbobesluit wordt gedeeltelijk buiten toepassing gelaten wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. Vervangen voor werknemers gevaarlijke(re) verf economisch niet haalbaar en maatregelen getroffen ter bescherming van werknemers.

Instantie: Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak: 23 april 2026

Datum publicatie: 29 april 2026

ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2026:3174

Afbakening geschil

5. Niet is in geschil dat het verfsysteem zoals dat is gebruikt door eiseres volgens de Richtlijn 2004/42/EG (de Verfrichtlijn) in de handel mocht worden gebracht. Ook niet in geschil is dat het gebruiksklare product (minimaal) 185 gram VOS per liter bevatte. In geschil is de vraag of in dit geval sprake is van een overtreding.

Achtergrond van de vervangingsplicht

6. In het Arbobesluit en de Arboregeling is een algemeen stramien neergelegd op grond waarvan doeltreffende maatregelen moeten worden getroffen om de risico’s van blootstelling aan (gezondheidsschadelijke) stoffen zoveel mogelijk te voorkomen. De betreffende maatregelen dienen zo dicht mogelijk aan de bron plaats te vinden. Ter algemene preventie van OPS is het in dit verband noodzakelijk geacht om expliciet voor te schrijven dat producten die vluchtige organische stoffen bevatten moeten worden vervangen door minder schadelijke alternatieven. Daarbij heeft de wetgever betrokken dat – voor zover het schilderwerkzaamheden betreft – de vervangingsplicht uit risico-oogpunt noodzakelijk is en dat vervangende alternatieven voldoende beschikbaar zijn.2

Is er sprake van een overtreding van artikel 4.62b van het Arbeidsomstandighedenbesluit?

7. Eiseres betoogt dat zij geen (wettelijke) voorschriften heeft overtreden. Het gebruikte product voldoet aan de Europese Verfrichtlijn. Die richtlijn ziet op ‘emissies van vluchtige organische stoffen ten gevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen’ en bepaalt dat ten aanzien van de verf die eiseres heeft gebruikt een grenswaarde geldt van 500 gram VOS per liter gebruiksklaar product. Daar blijft zij ruim onder. Volgens eiseres is er daarom geen norm overtreden en had aan haar geen boete opgelegd mogen worden. Daarnaast stelt eiseres dat zij rekening heeft gehouden met de bescherming en gezondheid van haar werknemers door ze te voorzien van beschermende kleding, brillen, handschoenen en te zorgen voor voldoende ventilatie. Er waren ventilatoren geplaatst en de overheaddeuren in de hal waren geopend. Ook hieruit blijkt volgens eiseres dat zij geen norm heeft overtreden. Tot slot voert eiseres aan dat de distributiehal waar de werkzaamheden zijn verricht vanwege de omvang van de hal niet als binnenruimte kan worden beschouwd. In ieder geval is het volgens eiseres niet redelijk om, ongeacht de grootte van het gebouw, steeds dezelfde grenswaarde van 100 gram VOS per liter te hanteren. De werkzaamheden van eiseres vinden plaats in parkeergarages en distributiehallen en die zijn niet te vergelijken met bijvoorbeeld een binnenruimte van een woning.

7.1.
De minister stelt zich op het standpunt dat de Verfrichtlijn ziet op het in de handel brengen van verven, vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen en niet op het gebruik van de producten als zodanig. De minister verwijst daarbij (onder meer) naar overweging 13 van de Richtlijn waarin staat dat de bescherming van de gezondheid van consumenten en/of werknemers en hun arbeidsmilieu niet binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn dient te vallen en dus niet van invloed dient te zijn op maatregelen die de lidstaten voor dat doel nemen. De minister heeft daarom eerst beoordeeld of het verfsysteem dat eiseres heeft gebruikt in de handel mocht worden gebracht. Dit is het geval. Daarna is nagegaan of de werknemers in het concrete geval met het verfsysteem mochten werken. Op grond van de arbeidsomstandighedenwetgeving wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen het werken in de buitenlucht of het werken in een binnenruimte. Omdat de werkzaamheden in een gebouw werden verricht, geldt het voorschrift dat het product moet worden vervangen door een product met maximaal 100 gram VOS per liter. Dat heeft eiseres niet gedaan. De minister volgt daarbij niet de stelling van eiseres dat de vervangingsplicht niet zou moeten gelden bij werkzaamheden in grote open ruimtes, zoals in een distributiehal. De wetgever heeft geen onderscheid gemaakt in grootte van een ruimte, juist ook om discussies over de omvang van een gebouw te voorkomen. Een binnenruimte is een binnenruimte.

Beoordeling door de rechtbank

8. De rechtbank stelt voorop dat de minister kan worden gevolgd in zijn standpunt dat de Verfrichtlijn ziet op het in de handel brengen van een product en niet op het gebruik ervan. Daarvoor geldt de Arbeidsomstandighedenwetgeving. Ook is niet doorslaggevend dat eiseres maatregelen heeft genomen om haar werknemers te beschermen tegen gezondheidsschade door vrijkomende vluchtige organische stoffen. De vervangingsplicht is bedoeld als maatregel aan de bron, in dit geval het verfsysteem zelf, en staat dus los van het treffen van veiligheidsmaatregelen. Voor zover eiseres stelt dat de regelgeving ten onrechte geen onderscheid maakt in de aard en de grootte van een gebouw, moet de rechtbank vaststellen dat het een bewuste keuze is geweest van de regelgever om de branche onder de vervangingsplicht te brengen en dat daarbij geen onderscheid is gemaakt tussen de verschillende soort gebouwen. De vraag of dat redelijk is, wordt hierna beantwoord.

Exceptieve toetsing

9. Een rechter kan een algemeen verbindend voorschrift niet rechtstreeks toetsen op rechtmatigheid. Wel kan de rechter een algemeen verbindend voorschrift, dat geen wet in formele zin is, toetsen op rechtmatigheid in een zaak over een besluit dat op dat voorschrift is gebaseerd. Daarbij vormen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur een belangrijke richtsnoer.3 Het Arbeidsomstandighedenbesluit en de Arbeidsomstandighedenregeling zijn algemeen verbindende voorschriften maar geen wetten in formele zin. Nu de boete is opgelegd op basis van deze regelingen, kan de rechter over de band van het boetebesluit de rechtmatigheid van die regelingen toetsen. Dit betekent dat een regeling zoals hier aan de orde, die strekt tot een vervangingsplicht, moet voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het evenredigheidsbeginsel.

10. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden gezegd dat de vervangingsplicht, zoals die volgt uit het Arbobesluit en de Arboregeling, in het algemeen onredelijk of onevenredig is. Gelet op de hiervoor geschetste achtergrond van de regeling, schoot de preventie van OPS te kort en was het noodzakelijk om maatregelen te treffen aan de bron en de vervanging van vluchtige organische stoffen door minder schadelijke alternatieven expliciet voor te schrijven. Daarbij is in zijn algemeenheid betrokken dat alternatieven voorhanden zijn. Er bestaat dan ook geen reden om artikel 4.62b van het Arbeidsomstandighedenbesluit, waarin de vervangingsplicht is neergelegd, onverbindend te verklaren. Dit betekent echter niet dat de minister zonder meer toepassing kon geven aan de regeling en op grond daarvan een boete heeft kunnen opleggen. Steeds moet worden beoordeeld of de vervangingsplicht ook in het concrete geval evenredig is met het doel dat met die plicht is beoogd. Daarbij kunnen de volgende stappen worden onderscheiden: is de vervangingsplicht een geschikt middel om het doel te bereiken, is die vervangingsplicht in het concrete geval ook noodzakelijk en – als sprake is van een geschikte en noodzakelijke maatregel – is de vervangingsplicht in de gegeven omstandigheden niet onredelijk bezwarend.

10.1.1.
Dat de vervangingsplicht een geschikt middel is om blootstelling aan gezondheidsschadelijke stoffen te beperken, staat voor de rechtbank vast. Ook eiseres heeft dit niet betwist. Eiseres betwist in de kern wel de noodzaak om in haar situatie het product te vervangen, nu het ging om werkzaamheden in een grote distributiehal, waarbij de werknemers tegen bloostelling waren beschermd. Ook hierin volgt de rechtbank eiseres niet. Hoewel niet ondenkbaar is dat de concentratie aan vluchtige organische stoffen die wordt ingeademd bij werkzaamheden verschilt afhankelijk van de ruimte waarin wordt gewerkt, blijft dat het inademen van de stoffen zoveel mogelijk moet worden voorkomen en hoge binnenniveaus moeten worden vermeden. De regelgever heeft bewust gekozen om enkel onderscheid te maken in binnen- en buitenwerkzaamheden om zo het effect van de vervangingsplicht te optimaliseren. Dat is niet onredelijk. Daarbij is gekozen voor een aanpak bij de bron, zodat het dragen van beschermende kleding als zodanig niet meebrengt dat in dat geval van de vervangingsplicht kan worden afgezien. Daarmee is de noodzaak van de vervangingsplicht ook in dit concrete geval gegeven.

10.1.2.
Vraag is vervolgens of de vervangingsplicht in de concrete situatie van eiseres, ook evenwichtig is. Ook als de vervangingsplicht geschikt en noodzakelijk is, mag die in het licht van alle van belang zijnde feiten en omstandigheden niet onredelijk bezwarend zijn. Op de zitting heeft eiseres in dit verband toegelicht dat vervanging niet goed mogelijk is omdat er geen geschikte alternatieven zijn, althans geen alternatief dat economisch haalbaar is. Eiseres kan een verfproduct gebruiken dat blijft onder de 100 gram VOS per liter gebruiksklaar product, maar daarvan is de gebruikswaarde zo slecht dat het in de praktijk niet toepasbaar is. Dit alternatief kent een droogtijd van vier dagen. Omdat zij voornamelijk werkt in distributiecentra en parkeergarages, kan zij niet steeds van haar opdrachtgever verwachten dat het gebouw enkel voor het aanbrengen van belijningen meerdere dagen wordt gesloten of gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld. Het huidige gebruikte verfsysteem kent een droogtijd van twee uur en is vanuit economisch oogpunt wél bruikbaar. Daarbij merkt eiseres op dat het gebruikte verfsysteem voldoet aan de eisen van de Verfrichtlijn en zij haar werknemers voorziet van beschermende kleding en ademhalingsbeschermingsmiddelen, zodat blootstelling aan gevaarlijke stoffen zoveel mogelijk wordt vermeden. Het doel van de regeling, de preventie van OPS, komt daarom niet in gevaar.

10.1.3.
De minister heeft op zitting erkend dat de droogtijd niet is berekend maar vindt dit ook niet van belang. Het alternatief is ook met een langere droogtijd nog steeds economisch uitvoerbaar. Bovendien weegt volgens de minister het belang van de gezondheid van de werknemers zwaarder dan het economisch voordeel dat met het gebruikte product wordt behaald. De minister vindt dat ook in situaties als die van eiseres, waarbij wordt gewerkt in grote, vaak deels open ruimtes als parkeergarages en distributiehallen, de vervangingsplicht evenwichtig is.

10.2.
De rechtbank is van oordeel dat de vervangingsplicht in dit concrete geval niet evenwichtig is om het doel (de preventie van OPS) te bereiken. Eiseres stelt dat zij geen ander verfproduct kan gebruiken met een lager gehalte aan VOS per liter product, omdat opdrachtgevers dan niet langer van haar diensten gebruik zullen maken. Dit raakt de economische haalbaarheid. Juist die economische haalbaarheid is één van de criteria waaraan wordt getoetst om te bepalen of een branche onder de vervangingsplicht wordt gebracht.4 Naar het oordeel van de rechtbank staat in dit geval niet vast dat vervanging vanuit economisch oogpunt haalbaar is. De minister kan dit niet terzijde schuiven met enkel de overweging dat het belang van de gezondheid van de werknemer ten allen tijde voorgaat, zeker niet nu eiseres maatregelen heeft getroffen om haar werknemers te beschermen tegen bloostelling aan gezondheidsschadelijke stoffen. In dit geval is niet betwist dat de werknemers van eiseres een ademhalingsbeschermingsmiddel en beschermende kleding hebben gedragen, dat de overheaddeuren van de distributiehal naar de buitenlucht geopend waren en dat ventilatoren waren geplaatst. Hoewel de vraag of voldoende voorzorgsmaatregelen zijn genomen in deze procedure niet centraal staat, lijkt het er op dat eiseres voldoende oog heeft gehad voor het gevaar van blootstelling van haar werknemers aan schadelijke stoffen, zodat het belang bij het onverkort vasthouden aan de vervangingsplicht aan kracht inboet.

10.3.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat artikel 4.62b van het Arbeidsomstandighedenbesluit, waarin de vervangingsplicht is neergelegd, in het geval van eiseres buiten toepassing moet worden gelaten wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel. Dit betekent dat ook geen boete kan worden opgelegd. De beroepsgrond slaagt, zodat het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank is ingevolge artikel 8:72a van de Algemene wet bestuursrecht verplicht om zelf in de zaak te voorzien. Dat zal de rechtbank doen door het boetebesluit te herroepen.

10.4.
Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. De vraag of een economisch haalbaar vervangingsalternatief voorhanden is, speelt niet alleen een rol in deze concrete casus maar geldt eigenlijk voor alle verfwerkzaamheden waarbij in een bedrijfsmatig gebruikte binnenruimte belijningen en markeringen worden aangebracht, zoals distributiecentra en parkeergarages. Zolang niet vast staat dat een werkbaar alternatief voorhanden is dat blijft binnen de grenswaarde van 100 gram VOS per liter gebruiksklaar product, is de vervangingsplicht voor deze werkzaamheden niet reëel en daarmee niet evenwichtig gelet op de belangen die met de vervangingsplicht zijn gemoeid. De rechtbank doet daarom aan de regelgever de aanbeveling om te bezien of de werkzaamheden zoals die worden verricht door eiseres, het aanbrengen van belijningen en markeringen in grote bedrijfsmatig gebruikte ruimtes als distributiehallen en parkeergarages, onder de uitzonderingen te brengen als bedoeld in artikel 4.32a, derde lid, van de Arboregeling.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:3174