Rb. Gelderland 8 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3498 – BO mag zich niet verlaten op melding en e-mail (vermeende) overtreder en moet daadwerkelijk onderzoek gaan verrichten.

Instantie Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak: 8 mei 2025

Datum publicatie: 13 mei 2025

ECLI: ECLI:NL:RBGEL:2025:3498

Fragment:

Is het onderzoek naar de door eisers gestelde overtreding deugdelijk?

4. Eisers voeren aan dat het onderzoek naar de gestelde overtreding niet deugdelijk is. Het college heeft een onderzoeksplicht en had niet alleen mogen afgaan op de melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de zienswijze van derde-partij. Het college had in het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel nader onderzoek moeten doen naar gestelde intensivering van de bedrijfsactiviteiten en heeft dit ten onrechte nagelaten. Daarbij had het college bijvoorbeeld inlichtingen kunnen vorderen op grond van artikel 5:16 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eisers verwijzen hierbij naar rechtspraak2 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) over de wijze van toezichthouden door het college en de eisen waaraan een deugdelijke en representatieve controle moet voldoen.

4.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat het wel voldoende onderzoek heeft gedaan naar de gestelde overtreding. Het college vindt het, gelet op de bevindingen bij de controle van 5 juni 2023 in combinatie met de melding en de toelichting in het emailbericht geloofwaardig dat de bedrijfsruimte voor de laswerkzaamheden en reparatiewerkzaamheden wordt gebruikt. Het opvragen van financiële gegevens zoals eisers vragen met hun verwijzing naar artikel 5:16 en 5:17 van de Awb is niet gerechtvaardigd. Het bestemmingsplan stelt immers geen eisen over de (financiële) omvang van de bedrijfsactiviteiten.

4.2.
Op grond van artikel 3:2, van de Awb moet een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaren.

4.3.
De rechtbank oordeelt dat het college bij de voorbereiding van het besluit tot afwijzing van het verzoek om handhaving niet de nodige kennis heeft vergaard voordat het kon besluiten om het verzoek om handhaving af te wijzen. Het college heeft de afwijzing van het handhavingsverzoek gebaseerd op het accepteren van de melding en het opvragen van informatie per email. Daarmee is, in het licht van de verklaringen en constateringen tijdens de controle van 5 juni 2023, onvoldoende onderzocht of de eerder geconstateerde overtreding daadwerkelijk is beëindigd. Het college had moeten onderzoeken of de bedrijfsactiviteiten daadwerkelijk zijn geïntensiveerd en op basis van die feiten moeten beoordelen of het gebruik van de woning overeenkomstig het bestemmingsplan is. Daarbij moet het college ook betrekken of het gebruik van de woning als bedrijfswoning noodzakelijk is. Met betrekking tot de vraag naar de noodzaak van een bedrijfswoning moet worden onderzocht of de bedrijfsvoering ter plaatse zoveel tijd en aandacht opeist, dat een redelijk belang om op het perceel te wonen, aanwezig moet worden geacht.3 Door zich zonder een dergelijk onderzoek op het standpunt te stellen dat de activiteiten niet in strijd zijn met het bestemmingsplan, heeft het college in strijd met de artikelen 3:2 van de Awb en 7:12 van de Awb geen deugdelijk onderzoek en geen deugdelijke motivering aan de beslissing op bezwaar ten grondslag gelegd.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBGEL:2025:3498