Rb. Rotterdam 13 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:1390 – Bepaalde herstelmaatregel mocht bij de BIP, omdat het de enige geschikte maatregel was, maar hangende bezwaar wordt duidelijk dat herstelmaatregel niet juist was. NVWA had herstelmaatregel bij BOB moeten wijzigen.

Print deze pagina

Instantie Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak: 13 februari 2026

Datum publicatie: 18 februari 2026

ECLI: ECLI:NL:RBROT:2026:1390

Fragment:

Is de juiste herstelmaatregel opgelegd?

7. Eiseres stelt in beroep dat haar de verkeerde herstelmaatregel is opgelegd. Daartoe stelt zij dat in de last expliciet wordt aangestuurd op een thermische desinfectie, maar dat uit het rapport van KWR blijkt dat thermische desinfectie niet geschikt is als curatieve herstelmaatregel, omdat daarmee de voedende koud-waterleiding noch de inlaat van de ketel wordt bereikt, terwijl uit nader onderzoek van eiseres is gebleken dat de legionella zich in de inlaat van de ketels bevond. Chemische desinfectie was volgens eiseres aangewezen. Door vervolgens te stellen dat de thermische reiniging als minimale maatregel zou hebben te gelden en dat op grond van de last een chemische reiniging ook mogelijk was geweest, handelt verweerder volgens eiseres in strijd met het rechtszekerheids- en het lex certa-beginsel.
Situatie ten tijde van het nemen van het primaire besluit

7.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, gelet op de stand van zaken ten tijde van het opleggen van de last, kunnen besluiten tot de in de last geformuleerde herstelmaatregel. Daartoe is van belang dat duidelijk was dat de ketels van eiseres sterk geassocieerd werden met Legionella ST37 en dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid deze cv-ketels de bron van de legionellabesmetting waren. Daarbij komt dat verweerder het door eiseres ingediende plan van aanpak onvoldoende heeft kunnen achten. Niet in geschil is immers dat ten tijde van belang niet alle door eiseres uitgeleverde ketels getraceerd waren, waardoor het idee, om door het plaatsen van legionella veilige douchekoppen door eiseres het acute gevaar weg te nemen in afwachting van nader brononderzoek, niet uitvoerbaar was. Immers, dat voorstel van eiseres was uit een oogpunt van voorkoming van verdere verspreiding van legionella op dat moment niet toereikend. Nu in het belang van de volksgezondheid voorkomen moest worden dat er meer besmettingen zouden plaatsvinden, heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat een publiekswaarschuwing in combinatie met de in de last voorgeschreven reinigingsmethode essentieel was om de risico’s voor de volksgezondheid te beperken, aangezien daarmee zoveel mogelijk huishoudens waarin een ketel van eiseres was geïnstalleerd, zouden worden bereikt.

7.2.
Verder is de rechtbank van oordeel dat de door verweerder opgelegde last om over te gaan tot thermische reiniging, in combinatie met de aanvullende maatregelen, op dat moment niet onredelijk was. Verweerder heeft in de stukken en ter zitting voldoende onderbouwd dat thermische desinfectie een gangbare wijze van desinfecteren is die is opgenomen in het Bouwbesluit (nu: het Besluit bouwwerken leefomgeving) en de Regeling legionellapreventie in drinkwater en warm tapwater. Ook bestaat wetenschappelijke consensus dat thermische desinfectie geschikt is om als curatieve maatregel legionella te bestrijden in het warmwaterdeel van de drinkwaterinstallatie4 en dat die methode daarmee preventief werkt en de kans op een besmetting verkleint. Anders dan eiseres betoogt, had verweerder op dat moment geen aanleiding om aan te nemen dat een dergelijke thermische desinfectie ongeschikt was. In het plan van aanpak worden weliswaar twijfels over de reinigingsmethode geuit, waarbij wordt verwezen naar het commentaar van [persoon E]5, maar daarin schrijft [persoon E] dat de doucheslang en -kop prima zijn te reinigen en te desinfecteren zonder dat hij tot de conclusie komt dat in onderhavige situatie een thermische desinfectie niet geschikt is. Op basis van de beschikbare informatie bestond ten tijde van het opleggen van de last geen grond voor het oordeel dat thermische desinfectie een onjuiste, en daarmee ongeschikte, maatregel was. Dit geldt teminder nu het RIVM bij het formuleren van de adviezen is uitgegaan van de hypothese dat vanuit restwater in de ketel de nageschakelde installatie werd besmet. Op basis van die hypothese zijn adviezen opgesteld, waarbij de focus lag op de nageschakelde warmwaterinstallatie en werd aangenomen dat door de temperatuur van de ketel te verhogen het eventuele aanwezige laagje biofilm in de ketel voldoende beheerst dan wel verwijderd werd. Aan de hand van de op dat moment beschikbare informatie heeft verweerder de last aan eiseres kunnen opleggen en bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder de last te snel of zonder zorgvuldig onderzoek heeft opgelegd.
Informatie van na het lastbesluit

8. Nadat verweerder de last aan eiseres heeft opgelegd, is uit onderzoek gebleken dat de bron van de besmetting aan het begin/ingang van de ketels (de inlaat) zat. Uit de stukken die eiseres in de bezwaarfase heeft overgelegd, blijkt dat een thermische desinfectie daarom niet voldoende effectief zal werken. Omdat het hete water niet bij de ingang van de ketel komt, kan de inlaat een bron van besmetting met L. pneumophila SG1 ST-37 voor de nageschakelde installatie blijven. Ook het RIVM heeft onderkend, en heeft dat ook ter zitting desgevraagd bevestigd, dat in deze specifieke situatie thermische reiniging onvoldoende is om de legionella uit de cv-installatie te verwijderen.6 Tussen partijen is ook niet in geschil dat chemische reiniging van de betrokken ketels en cv-installaties in dit geval is aangewezen. Daarmee was de aanvankelijk rechtmatig aan eiseres opgelegde last, voor zover haar daarbij werd opgedragen een thermische desinfectie uit te (laten) voeren, niet langer een geschikte en doelmatige herstelmaatregel als bedoeld in artikel 37 van Verordening (EU) 2016/426. Verweerder had op basis van de nieuwe informatie moeten beoordelen of de opgelegde herstelmaatregel nog proportioneel en rechtmatig was en de last in zoverre moeten wijzigen. De rechtbank volgt eiseres in haar betoog dat, gelet op wat zij in bezwaar heeft aangevoerd, ten tijde van het bestreden besluit op bezwaar ook voor verweerder duidelijk behoorde te zijn dat chemische reiniging in plaats van thermische reiniging was aangewezen. De rechtbank stelt echter vast dat verweerder de opgelegde reinigingsinstructie en daarmee de last ongewijzigd heeft gelaten in het bestreden besluit. Eiseres stelt zich derhalve terecht op het standpunt dat de bij het bestreden besluit gehandhaafde last niet langer rechtmatig was.

8.1.
Anders dan verweerder betoogt, bestaat geen grond voor het oordeel dat de last als minimale maatregel is opgelegd en dat desgewenst ook een chemische desinfectie kon worden uitgevoerd. De ongewijzigde last schrijft immers expliciet een thermische desinfectie voor en laat geen ruimte daarvan af te wijken. Voor zover verweerder heeft beoogd een chemische desinfectie mogelijk te maken, had het op zijn weg gelegen dit ook duidelijk en ondubbelzinnig in de last op te nemen. Verweerder kon daarvoor niet volstaan met het in het bestreden besluit terloops benoemen van de mogelijkheid een chemische desinfectie uit te voeren. Het rechtszekerheidsbeginsel vereist immers dat de last duidelijk en ondubbelzinnig is geformuleerd en dat het voor eiseres direct duidelijk moet zijn op welke wijze zij aan de last kan voldoen.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:1390

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *