Rb. Rotterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3655 – (Eigen) camerabeelden van slachthuis mogen worden gebruikt om handhandhaving op te baseren.
Instantie: Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak: 3 april 2026
Datum publicatie: 7 april 2026
ECLI: ECLI:NL:RBROT:2026:3655
Mogen de camerabeelden worden gebruikt als bewijs?
4. Eiseres voert aan dat er geen wettelijke basis is voor cameratoezicht. Eiseres is eigenaar van het beeldmateriaal dat zij zelf gebruikt voor monitoring van medewerkers en voor kwaliteitsborging. Het is niet de bedoeling dat dit een extra middel geeft om toezichthoudende bevoegdheden uit te oefenen. Zonder de vrijwillige cameracontrole zouden overtredingen niet zijn vastgesteld en beboet en dat maakt dat geen sprake is van gelijkwaardig en rechtvaardig toezicht op alle slachterijen. Door de camera’s vindt extra toezicht en opsporing plaats die niet is gebaseerd op uniform toezicht zoals de NVWA nastreeft. Ook voert eiseres aan dat de camera’s niet zijn gekalibreerd, zodat de snelheid en kracht van een handeling niet goed is vast te stellen. Ook daarom kunnen de beelden niet dienen als bewijs. Zij verwijst daarbij naar een e-mail van de NVWA waarin staat dat er een nulmeting voor cameratoezicht bij eiseres zal worden uitgevoerd waaruit eiseres afleidt dat ook verweerder de camerabeelden onvoldoende vindt. Ook wijst eiseres op een verslag van een overleg tussen de NVWA en NEPLUVI waar over de nulmeting is gesproken. In dit verslag staat ook dat de inspectieresultaten bij cameratoezicht aanzienlijke variatie vertonen afhankelijk van de inspecteur. Dit maakt dat geen sprake is geweest van een gelijk speelveld, aldus eiseres.
4.1.
Verweerder heeft in het verweerschrift verwezen naar brieven over cameratoezicht die naar alle slachthuizen zijn gestuurd. Daarin staat dat de NVWA sinds 2017 ter uitwerking van een verzoek van de Tweede Kamer werkt aan cameratoezicht in alle slachthuizen, in overleg met brancheorganisaties zoals NEPLUVI, waarbij de inzet is om op basis van vrijwillige medewerking van de sector te komen tot invoering van cameratoezicht als ondersteuning van het toezicht van de NVWA. Eiseres heeft ter zitting erkend dat dit cameratoezicht ook bij haar sinds twee jaar plaatsvindt. Het is juist dat de camera’s en camerabeelden eigendom zijn van eiseres. Verweerder heeft toegelicht dat met de brancheorganisaties is afgesproken dat de beelden eigendom zijn van de slachterij en de slachterij niet verlaten. Dat de beelden eigendom zijn van eiseres betekent echter niet dat de NVWA de beelden in het kader van toezicht niet zou mogen bekijken en daarop zou mogen handhaven. In een brief van 21 augustus 2020 die naar alle slachthuizen is gestuurd staat onder meer het volgende:
“Bij bedrijven met een slachtvolume groter dan gemiddeld 10 GVE per week, ondersteunt cameratoezicht het slachthuis en de NVWA bij toezicht op dierenwelzijn. Cameratoezicht brengt alle handelingen met levende dieren in beeld. De bedrijfsbeheerder en de officiële dierenarts (OD) kunnen u om inzage in de beelden vragen, om die in hun toezicht te betrekken. Daarnaast bezoeken officiële assistenten (DA NVWA) periodiek de slachthuizen voor camera-inspecties. Het gaat om inspecteurs in dienst van de NVWA. In beginsel bezoeken zij de slachthuizen met permanent toezicht twee keer per maand, de middelgrote slachthuizen 1 keer per maand. Zij vragen daarbij inzage in beelden. Cameratoezicht werkt met de reguliere wet- en regelgeving rond dierenwelzijn. Camerabeelden kunnen dan ook de basis zijn voor het nemen van maatregelen conform het reguliere interventiebeleid. Waar nodig zullen de OD of OA afschrift van de relevante beelden opvragen.”
Het meewerken aan cameratoezicht omvat dus ook het verschaffen van inzage in de eigen camerabeelden. Voorts blijkt uit de brieven ook duidelijk dat de camerabeelden kunnen worden gebruikt voor interventies. Niet valt in te zien dat dit voor eiseres niet duidelijk zou zijn geweest. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat de Wet dieren noch Verordening 2017/625 de mogelijkheid van deze vorm van toezicht op het dierenwelzijn uitsluiten.
4.2.
Voorts ziet de rechtbank in de door eiseres overgelegde stukken over een uit te voeren nulmeting evenmin grond om te oordelen dat de camerabeelden niet voor handhaving mochten worden gebruikt. In het verslag van het overleg tussen de NVWA en NEPLUVI staat:
“Hoewel de uitvoering van de inspecties over het algemeen van hoge kwaliteit is, vertonen de inspectieresultaten aanzienlijke variatie afhankelijk van de inspecteur. Dit leidt tot niet-uniforme resultaten. Het blijft onduidelijk of deze verschillen het gevolg zijn van inconsistentie in de gehanteerde criteria, variaties in de kwaliteit van de systemen, een combinatie van beide, of andere factoren. Het doel van de nulmeting is om een inventarisatie te maken van de variaties en afwijkingen van het systeem per bedrijf. Deze aanpak stelt ons in staat om een duidelijk beeld te krijgen van de huidige situatie en de verschillende praktijken die binnen de bedrijven worden gehanteerd. Daarnaast kan de analyse van de informatie die uit de nulmeting is verkregen, ons waardevolle inzichten bieden in de noodzaak om de controlepunten te verfijnen of uit te breiden, afhankelijk van de specifieke behoeften en omstandigheden. Deze inzichten zijn essentieel voor het verbeteren van de consistentie en effectiviteit van onze controles. Ook zal er gekeken worden of camera’s nog op de juiste locaties hangen en of er nog andere zaken zijnaangepast zouden moeten worden (bijvoorbeeld of de beeldkwaliteit nog voldoende is).”
En in het overgelegde e-mailbericht waarin de NVWA eiseres bericht over de nulmeting die bij haar zal worden uitgevoerd, staat:
“Doel is om met deze nulmeting vast te stellen of aan alle randvoorwaarden wordt voldaan om via cameratoezicht het dierenwelzijn goed in beeld te hebben. Denk bijvoorbeeld aan cameraposities, kwaliteit van het beeld etc.”
Anders dan eiseres, leidt de rechtbank uit deze stukken niet af dat de NVWA van mening is dat de camerabeelden die op slachthuizen in het kader van toezicht worden bekeken in het algemeen dan wel specifiek bij eiseres onvoldoende zijn. Dat bij de nulmeting ook wordt gekeken naar de camera’s op de slachthuizen impliceert niet dat de veronderstelling leeft dat de camera’s van onvoldoende kwaliteit zouden zijn. Over een kalibratie van de camera’s wordt ook niet gesproken. Uit de omstandigheid dat is geconstateerd dat er variaties zijn in de inspectieresultaten per inspecteur ziet de rechtbank evenmin grond om te concluderen dat verweerder de camerabeelden niet als grond voor handhaving heeft mogen gebruiken. Zoals verweerder heeft toegelicht ziet die variatie op het uitvoeren van de inspectie; namelijk hoe vaak en op welke manier de camerabeelden door toezichthouders worden uitgekeken. De rechtbank is in dit kader ook niet gebleken dat ten aanzien van eiseres sprake zou zijn van een ongelijk speelveld.
4.3.
Eiseres heeft de beelden die door de toezichthouder zijn bekeken ook aan de rechtbank overgelegd. De rechtbank heeft deze beelden bekeken en vindt ze van voldoende kwaliteit om handhaving op te kunnen baseren. Eiseres heeft ook op geen enkele wijze onderbouwd dat de camera een onjuist beeld zou geven. Zij heeft enkel gesteld dat de beelden sneller zouden kunnen zijn dan in werkelijkheid. Overigens ziet de rechtbank ook niet in hoe een versnelde weergave in dit geval tot een ander beeld van de handeling van de medewerker zou leiden. Voorts wijst verweerder er terecht op dat de camera’s eigendom zijn van eiseres en dat het aan eiseres is om ervoor te zorgen dat de camera’s van voldoende kwaliteit zijn om toezicht te kunnen uitvoeren. Verweerder heeft toegelicht dat er jaarlijks een systeeminspectie bij eiseres plaatsvindt waarbij wordt gecontroleerd of aan de randvoorwaarden voor cameratoezicht wordt voldaan. De rechtbank is niet gebleken dat deze camera niet aan die randvoorwaarden zou voldoen.
Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBROT:2026:3655