Rb. Zeeland-West-Brabant 14 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:7935 – Normadressaat – wie is verantwoordelijk voor de schotenadministratie bij een schietbaan?

Print deze pagina

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak: 14 november 2025

Datum publicatie: 20 november 2025

ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2025:7935

Fragment:

Normadressaat en overtrederschap

5.4.
Over de beroepsgrond over wie als overtreder aangemerkt dient te worden, overweegt de rechtbank als volgt. Volgens het college zijn alle in overweging 5.2 aangehaalde overtredingen terug te voeren op [naam 1] ; ter zitting heeft het college toegelicht dat het [naam 1] beschouwt als de drijver van de inrichting, zowel in zijn hoedanigheid als privé persoon alsook als vennoot van [v.o.f. 1] .

5.4.1.
Uit de behandeling ter zitting maakt de voorzieningenrechter op dat partijen, ter zake de schotenadministratie (overtreding b) in overweging 5.2), het erover eens zijn dat het normadressaat van artikel 22.81 van het omgevingsplan ziet op [naam 1] . Uit de toelichting op dit artikel volgt dat het gaat om een registratieverplichting van het aantal schoten, het kaliber van de verschoten munitie en de dagdelen waarin deze verschoten is. Deze parameters komen overeen met die van het in artikel 22.60 van het omgevingsplan opgenomen geluidsonderzoek en kunnen worden gebruikt om toezicht te houden op de akoestische belasting van de omgeving door de activiteiten op de schietbaan. [naam 1] is degene die het feitelijk in zijn macht heeft om een overtreding van artikel 22.81 van het omgevingsplan te staken.

Het college miskent vervolgens echter dat de exploitatie van de schietbaan in handen is van [v.o.f. 1] en dat de norm van artikel 22.81 van het omgevingsplan dan ook gericht is tot haar. Naar het oordeel van de rechtbank is [v.o.f. 1] de functioneel dader, die de beschikkingsmacht heeft om te bepalen dat [naam 1] dit deel van de activiteiten verricht. Daarmee heeft [v.o.f. 1] ook de overtreding aanvaard.

Het college miskent bovendien dat er ofwel een feitelijke overtreder is ofwel een functionele overtreder; [naam 1] kan niet tegelijkertijd beide hoedanigheden vervullen. Daarbij neemt de voorzieningenrechter ook het volgende in aanmerking. In de bezwaarprocedure heeft het college het opleggen van deze lasten onder dwangsom aan [naam 1] onderbouwd – mede aan de hand van het arrest van de Hoge Raad van 19 april 20193 – door erop te wijzen dat hij als vennoot van [v.o.f. 1] hoofdelijk aansprakelijk is en dat hij daarmee aan hem als overtreder ook de lasten onder dwangsom opgelegd kunnen worden. Het door het college aangehaalde arrest ziet echter op een ander wettelijk kader, namelijk de aansprakelijkheid van vennoten voor vorderingen van het UWV in geval van een faillissement van de vennootschap onder firma. Bovendien volgt uit het arrest dat, als een vennoot handelt in naam van de vennootschap onder firma, hij handelt namens de gezamenlijke vennoten en dat deze gebonden worden.

5.4.2.
Ter zake de overtredingen a) en c) uit rechtsoverweging 5.2 geldt dat beide overtredingen betrekking hebben op de wijze waarop de schietbaan is gelokaliseerd, ingericht en uitgerust. Voor overtreding a) gaat het dan met name over de verdeling van de skeet-, trap- en hazenbaan over het volledige terrein, waarbij iedere baan een gebied heeft in de vorm van een cirkelsector en dat gebied moet voldoen aan de voorschriften van de tabel die in artikel 4.708 van het Bal is opgenomen. Overtreding c) ziet op de gebrekkige onderbouwing op grond van artikel 22.60, eerste lid, sub h van het omgevingsplan dat de activiteiten van de schietbaan in lijn zijn met de regels in artikel 22.80 van het omgevingsplan over het maximaal te produceren geluid in relatie tot de omgeving. Beide normen zien dan ook op de basis van hetgeen wat er door [B.V.] geëxploiteerd wordt. De feitelijke exploitatie van de schietbaan door [v.o.f. 1] borduurt daar op voort. Dat brengt de voorzieningenrechter dan ook tot de conclusie dat het normadressaat – ter zake de onderliggende normen van overtredingen a) en c) uit rechtsoverweging 5.2 – betrekking heeft op [B.V.] en niet op [v.o.f. 1] , laat staan op [naam 1] . De gronden over het toegepaste normadressaat en het overtrederschap slagen dan ook.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:7935

Print deze pagina

Leave a Reply

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *