Rb. Zeeland-West-Brabant 18 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8046 – Sluiting woning geschorst: blijkt dat “verzoeker onder bewind staat, ADHD heeft, autisme heeft en ook verslaafd is aan drugs. De voorzieningenrechter acht voorstelbaar dat verzoeker daardoor moeite heeft met het overzien van zaken, beïnvloedbaar is en slecht zijn grenzen kan aangeven”

Instantie Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak: 18 november 2025

Datum publicatie: 21 november 2025

ECLI: ECLI:NL:RBZWB:2025:8046

Fragment:

5.4.9
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd dat de voor verzoeker nadelige gevolgen van de woningsluiting niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Meer specifiek heeft de burgemeester de noodzakelijkheid en evenwichtigheid van de sluiting van de woning onvoldoende kenbaar getoetst. Uit het bestreden besluit blijkt namelijk niet dat de burgemeester heeft meegewogen of in afwijking van de Beleidsnota volstaan kon worden met een minder ingrijpend middel dan de sluiting van een woning, zoals een last onder dwangsom. Ter zitting is namens de burgemeester toegelicht dat er gewerkt wordt aan aanpassing van de Beleidsnota en dat middelen als het opleggen van een dwangsom of het geven van een waarschuwing in het beleid zullen worden opgenomen. Dat wil naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter niet zeggen, mede gelet op de recente jurisprudentie van de Afdeling, dat de burgemeester het toepassen van deze mogelijkheden niet in zijn overwegingen kan betrekken. Artikel 4:84 van de Awb kent immers de mogelijkheid om (gemotiveerd) af te wijken van beleid.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van verzoeker voor de burgemeester aanleiding hadden moeten vormen voor een dergelijke nadere beoordeling. Uit de stukken en op zitting is gebleken dat verzoeker onder bewind staat, ADHD heeft, autisme heeft en ook verslaafd is aan drugs. De voorzieningenrechter acht voorstelbaar dat verzoeker daardoor moeite heeft met het overzien van zaken, beïnvloedbaar is en slecht zijn grenzen kan aangeven. De rechter-commissaris heeft daarnaast verschillende voorwaarden opgelegd waar verzoeker zich aan moet houden. Wanneer verzoeker dat niet doet, is er een grote kans dat de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven en moet verzoeker terug in voorlopige hechtenis. De voorzieningenrechter acht aannemelijk dat dergelijke voorwaarden kunnen waarborgen dat de woning niet opnieuw een rol zal vervullen in het drugscircuit en dat verzoeker niet opnieuw meer dan een handelshoeveelheid drugs in zijn woning aanwezig zal hebben. Verzoeker moet zich op grond van die voorwaarden namelijk melden bij Emergis verslavingsreclassering. Hij dient zich te laten diagnosticeren en behandelen door Forensische Zorg Zeeland en dient mee te werken aan ambulante begeleiding door Emergis MJD, Humanitas Homerun of een soortgelijke forensische hulpverleningsorganisatie. Hij dient ook mee te werken aan een controle van het gebruik van drugs om het middelengebruik te beheersen. Op die manier is verzoeker verplicht om hulp te aanvaarden om te werken aan zijn verslaving en zijn leven op orde te krijgen. Op zitting heeft de gemachtigde van verzoeker toegelicht dat Emergis hem meerdere keren per week in zijn woning zal bezoeken. Uit de voorwaarden blijkt ook dat hij zich niet aan een strafbaar feit schuldig mag maken. De voorzieningenrechter heeft daarnaast in aanmerking genomen dat niet in geschil is dat de burgemeester nooit aan drugs gerelateerde (overlast)meldingen heeft ontvangen van omwonenden. Door verzoeker is verder onweersproken verklaard dat de mensen die de drugs in zijn woning hebben achtergelaten, niet meer terug zijn gekeerd in of bij de woning van verzoeker nadat hij uit voorlopige hechtenis is gekomen.

Bron: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBZWB:2025:8046