ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1962 – BO bij invordering, matiging met 50%: overtreder maakt meetfout bij uitvoeren last en denkt daaraan te hebben voldaan. Na ontvangst voornemen tot invorderen is direct alsnog voldaan aan de last.

3.2.    Ter zitting heeft het college toegelicht dat het als uitgangspunt hanteert dat alle verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Daarop wordt alleen een uitzondering gemaakt als er omstandigheden zijn die in de jurisprudentie van de Afdeling als bijzondere omstandigheden zijn aangemerkt. Het college acht de door [appellant A] en [appellant B] gestelde omstandigheden niet bijzonder en vindt dat het bij het opleggen van de lasten onder dwangsom al voldoende maatwerk heeft toegepast door aan elke overtreding een aparte dwangsom te verbinden.

Anders dan de rechtbank heeft gedaan, volgt de Afdeling het college niet in dit standpunt. In beginsel is het standpunt van het college juist dat het enkele feit dat gedeeltelijk aan de last is voldaan onvoldoende is voor het oordeel dat het college geheel dan wel gedeeltelijk van invordering dient af te zien. In dit uitzonderlijke geval bestaat echter aanleiding voor het oordeel dat het college in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid om het gehele bedrag van € 1.500,00 in te vorderen. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen.

[appellant A] heeft binnen de begunstigingstermijn voldaan aan twee van de drie opgelegde lasten. Aan de derde last, waarin door het college niet was aangegeven hoe de maximale hoogte van het hekwerk moest worden bepaald, heeft zij binnen de termijn grotendeels voldaan door het hekwerk in te korten, alleen niet tot 1 m hoogte. Ter zitting heeft [appellant B] toegelicht dat hij zelf het hekwerk heeft verlaagd en dat hij de hoogte van het hekwerk heeft gemeten vanaf het asfalt van de nabijgelegen Oude Kruisweg en niet vanaf het grind dat onder het hekwerk ligt. De hoogte van het hekwerk gemeten vanaf de weg was volgens [appellant B] 1 m. Hierdoor verkeerden [appellant B] en [appellant A] in de veronderstelling dat zij ook volledig aan de derde last hadden voldaan. Het was hun intentie ook aan de derde last volledig te voldoen. Door het college wordt ook niet bestreden dat [appellant A] en [appellant B] er van uit gingen dat volledig aan de last werd voldaan. Het college stelt zich op het standpunt dat de gemaakte meetfout voor risico van [appellant A] en [appellant B] dient te blijven. Het college heeft bij brief van 10 mei 2019 [appellant A] laten weten dat uit een controle op 29 april 2019 is gebleken dat niet aan de derde last werd voldaan omdat de pilaren aan de linkerzijde en rechterzijde van het hekwerk onderscheidenlijk 110,5 en 113,8 cm hoog waren en de deur aan de rechterzijde van het hekwerk 113 cm hoog. Het college heeft in de brief het voornemen geuit over te gaan tot het invorderen van de gehele dwangsom van € 1.500,00. Na ontvangst van deze brief heeft [appellant B] direct het hekwerk verlaagd tot 1 m, gemeten vanaf het grind dat onder het hekwerk ligt, en heeft hij het college bij brief van 19 mei 2019 hiervan op de hoogte gebracht. Toch is het college, nadat het had geconstateerd dat het hekwerk was verlaagd tot 1 m, bij besluit van 16 juli 2019 overgegaan tot invordering van de gehele dwangsom. De Afdeling is van oordeel dat het college in deze omstandigheden aanleiding had moeten zien om gedeeltelijk van invordering af te zien.

Het betoog slaagt.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *