ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1421 – Geen strijd met lex certa. Enige vaagheid norm is onvermijdelijk.

– Strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur

8.       De Afdeling ziet in wat [appellante] aanvoert, geen grond voor het oordeel dat de minister in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld. Wat betreft de stelling dat in strijd is gehandeld met het verbod van vooringenomenheid als bedoeld in artikel 2:4, eerste lid, van de Awb overweegt de Afdeling dat het boeterapport hiervoor geen aanknopingspunten biedt. De stelling van [appellante] mist derhalve feitelijke grondslag.

Over het beroep op het lex certa-beginsel overweegt de Afdeling als volgt. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 16 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:109) verlangt het lex certa-beginsel, dat onder meer besloten ligt in artikel 7 van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, van de wetgever dat hij met het oog op de rechtszekerheid op een zo duidelijk mogelijke wijze de verboden gedragingen omschrijft. Daarbij moet niet uit het oog worden verloren dat de wetgever soms met een zekere vaagheid, bestaande uit het gebruik van algemene termen, verboden gedragingen omschrijft om te voorkomen dat gedragingen die strafwaardig zijn buiten het bereik van die omschrijving vallen. Die vaagheid kan onvermijdelijk zijn, omdat niet altijd te voorzien is op welke wijze de te beschermen belangen in de toekomst zullen worden geschonden en omdat, indien dit wel is te voorzien, de omschrijvingen van verboden gedragingen anders te verfijnd worden met als gevolg dat de overzichtelijkheid wegvalt en daarmee het belang van de algemene duidelijkheid van wetgeving schade lijdt. Het enkele feit dat het begrip “te koop aanbieden”, dat beslissend is voor de toepasselijkheid van artikel 67a van de Geneesmiddelenwet, aan de hand van de feiten en omstandigheden enige uitleg vergt, betekent niet dat de op grond van die bepaling opgelegde bestuurlijke boete in strijd met het lex certa-beginsel is.

Over het beroep op het gelijkheidsbeginsel overweegt de Afdeling dat de minister in zijn schriftelijke uiteenzetting gemotiveerd uiteen heeft gezet dat de onderneming die de website www.treated.com exploiteert is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, werkt met artsen en apothekers die aldaar zijn gevestigd en dat de website, anders dan www.dokteronline.com, beschikt over een EU-logo, zodat van gelijke gevallen geen sprake is.

[appellante] heeft het standpunt van de minister niet gemotiveerd bestreden, zodat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt.

Het betoog slaagt niet.

https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@125910/202001207-1-a3/

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *