ABRvS 6 oktober 2021 ECLI:NL:RVS:2021:2225 – last om ‘geluids- en lichtapparatuur’ te verwijderen om gebruik van loods als bar te staken, is voldoende duidelijk

Bij besluit van 17 december 2018 heeft het college, voor zover hier van belang, [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om alle voorzieningen die in ruimte B van de loods op het perceel aan [locatie] in Hoensbroek (hierna: de loods) aanwezig zijn om die ruimte te gebruiken als bar te verwijderen en verwijderd te houden.

[…]

Is de last voldoende duidelijk?

5.       [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de herstelmaatregelen voldoende duidelijk zijn. Zij voert aan dat zij vanwege de onduidelijkheid meer voorwerpen uit de ruimte heeft verwijderd dan nodig is geweest. Volgens haar was het met de aanvulling “alleen die geluids- en lichtapparatuur die specifiek zijn voor het gebruik (van een ruimte) als bar” in het besluit op bezwaar van 9 mei 2019 nog steeds onvoldoende duidelijk welke voorwerpen verwijderd moesten worden om aan de last te voldoen.

5.1.    Artikel 5:32a van de Awb luidt:

“1. De last onder dwangsom omschrijft de te nemen herstelmaatregelen.

[…].”

5.2.    Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat het voor [appellante] voldoende duidelijk was dat zij alle speel- en spelautomaten, inventaris zoals de bar, tap en danspaal, alle dranken, vaten en bederfelijke waren én alle geluids- en lichtapparatuur te moesten verwijderen en verwijderd houden, voor zover die aanwezig zijn om ruimte B van de loods te gebruiken als bar. Daarbij acht de Afdeling van belang dat in het besluit van 17 december 2018 is aangegeven dat [appellante] gehouden is om de voorzieningen die aanwezig zijn in ruimte B, om die ruimte te gebruiken als bar, te verwijderen en verwijderd te houden. Weliswaar heeft het college in het besluit op bezwaar van 9 mei 2019 de herstelmaatregelen verder gepreciseerd in die zin dat [appellante] niet gehouden is om alle geluid- en lichtapparatuur uit ruimte B van de loods te verwijderen en verwijderd te houden, maar ook zonder deze precisering was het voor [appellante] voldoende kenbaar wat van haar verwacht werd. De omstandigheid dat er ook speelautomaten bij mensen thuis of op een kantoor kunnen staan, maakt niet dat het voor [appellante] onvoldoende duidelijk was dat zij alle spel- en speelautomaten uit ruimte B van de loods moest verwijderen en verwijderd moest houden.

Het betoog faalt.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *