CBb 22 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:1010 – artikel 5:6 Awb belet LoD als er nog een LoB van kracht is die nog kan worden geeffectueerd (ook al is de BG-termijn al wel verstreken).

Het bestreden besluit

4.1. Het College ziet zich voor de vraag gesteld of het primaire besluit in strijd met artikel 5:6 van de Awb is opgelegd. Het College beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.

4.2.1. De last onder bestuursdwang van 1 oktober 2018 verplicht appellante tot verbetering van de huisvesting, de hygiënische omstandigheden en de klimaatbeheersing in de stallen waar appellante haar varkens houdt. De in het primaire besluit vervatte maatregel is opgelegd vanwege soortgelijke overtredingen en overlapt daarmee vergaand de juridische grondslag van de last onder bestuursdwang. Verweerder heeft ter zitting overigens erkend dat sprake is van een gedeeltelijke overlap. Appellante heeft naar het oordeel van het College terecht naar voren gebracht dat dezelfde of vergelijkbare feitelijke handelingen ten grondslag liggen aan de last onder bestuursdwang van 1 oktober 2018 en het primaire besluit. Anders dan verweerder stelt, ziet het primaire besluit niet op andere dieren dan de last onder bestuursdwang. In haar exploitatie voert appellante in een doorlopend cyclisch proces biggen aan en af en uit geen van de lasten blijkt dat zij zich beperken tot bepaalde in die cyclus opgelegde dieren.

4.2.2. Het College is voorts van oordeel dat op 25 oktober 2018 de last onder bestuursdwang van 1 oktober 2018 nog niet was uitgewerkt. Die last heeft namelijk geen gelimiteerde geldigheidsduur en was naar verweerders eigen stellingen ook niet uitgevoerd. Dat de begunstigingstermijn op 25 oktober 2018 was verstreken doet daaraan niet af. Immers pas op 19 februari 2019, een aantal maanden na het nemen van het primaire besluit, is aan appellante medegedeeld dat de last onder bestuursdwang niet zal worden gehandhaafd. Op dat moment was de last onder bestuursdwang pas uitgewerkt.

4.2.3. Gelet op het vorenstaande is het College van oordeel dat verweerder het primaire besluit in strijd met artikel 5:6 van de Awb heeft genomen. Verweerder heeft het primaire besluit dan ook dan ook ten onrechte gehandhaafd bij het bestreden besluit. De overige beroepsgronden behoeven daarmee geen bespreking.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CBB:2020:1010

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *