CBb 25 augustus 2020, ECLI:NL:CBB:2020:581 – begunstigingstermijn van 1 week redelijk, ondanks dat opheffen van overtreding uiteindelijk 776 werkuren opleverde

5.2 Artikel 5:24, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat de last onder bestuursdwang de termijn vermeldt waarbinnen de last moet worden uitgevoerd (de begunstigingstermijn). Aan verweerder komt bij het bepalen van de begunstigingstermijn enige vrijheid toe. Echter, bij het bepalen van de lengte van de begunstigingstermijn geldt als uitgangspunt dat deze niet korter mag worden gesteld dan noodzakelijk is om de overtredingen te kunnen opheffen. In het primaire besluit is een begunstigingstermijn van acht dagen opgenomen. Appellant heeft in dit verband gewezen op de facturen die aan het kostenbesluit ten grondslag zijn gelegd. Uit deze facturen blijkt dat in totaal 776 werkuren zijn gedeclareerd. Uitgaande van werkdagen van acht uur komt dit neer op 97 werkdagen. Hoewel hieruit blijkt dat er veel werk verricht moest worden om de overtredingen te beëindigen en dat dit zonder de inschakeling van derden waarschijnlijk niet mogelijk zou zijn, heeft appellant niet concreet onderbouwd dat het voor hem ook met inschakeling van derden niet mogelijk was om de overtreding binnen de begunstigingstermijn op te heffen. Het College slaat hierbij acht op de verklaring van appellant ter zitting dat hij broedeieren had besteld, dat hij deze eerst op een andere locatie moest ontvangen waar de kippen uit het ei kwamen, dat daardoor vier of vijf dagen ertussen zijn uitgevallen, dat vervolgens vrienden en familie hulp aanboden en dat het nogal tegenviel hoeveel werk het was. Bovendien heeft een derde partij uiteindelijk in opdracht van verweerder de overtreding beëindigd binnen (ongeveer) acht dagen. Bij het voorgaande komt nog dat, zoals onder 5.1 is overwogen, sprake was van risico’s van verspreiding van dierziektes, stankoverlast en de aanwezigheid van ratten. Gelet op het hiervoor overwogene is het College van oordeel dat de begunstigingstermijn niet te kort was om de overtredingen te kunnen opheffen, al dan niet door inschakeling van derden.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CBB:2020:581

Dit vind je misschien ook leuk...