CBb 31 augustus 2021, ECLI:NL:CBB:2021:854 – feitenvaststelling onvoldoende toereikend om overtreding aan te nemen: aannames toezichthouder niet onderbouwd – toezichthouder had werknemer moeten verhoren om aannames te verifiëren.

5.2. Het College ziet zich gesteld voor de vraag of verweerder terecht heeft vastgesteld dat appellante artikel 2.2 van de Wwg heeft overtreden door cabotagevervoer te verrichten in strijd met de daarvoor geldende regels. De bewijslast rust hierbij op het bestuursorgaan dat de sanctie heeft opgelegd, dus op verweerder. Het College is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de overtreding door appellante is begaan. Daartoe overweegt het College als volgt.

5.3. Het exceloverzicht waarop verweerder zich baseert bevat per moment liggend tussen de aankomst van een vrachtauto bij de weegbrug van appellante en het vertrek gegevens over de datum en tijd van de eerste weging en de tweede weging, de locatie van het depot, de naam van de vervoerder, het kenteken van de vrachtwagen, de lading, het referentienummer, de hoeveelheid van de eerste en de tweede weging, de naam en adres van de klant, de bestemming en het land van bestemming. Appellante heeft ter zitting bevestigd dat de juistheid van deze gegevens als zodanig niet ter discussie staat. In het exceloverzicht heeft verweerder sommige regels geel gemaakt. Dit betreffen, zoals verweerder op de zitting heeft toegelicht, cabotageritten uitgevoerd door [naam 3] . In het overzicht zelf heeft verweerder niet gemarkeerd in welke gevallen daarbij de cabotageregels zijn overtreden en dus sprake zou zijn van een overtreding.

5.4. Het College begrijpt het zo dat appellante en vervolgens het College aan de hand van het exceloverzicht en de cabotageregels zelf eenvoudig zou moeten kunnen vaststellen in welke gevallen de cabotageregels zijn overtreden. Naar het oordeel van het College blijkt dit evenwel niet uit de gegevens in het exceloverzicht, ook niet na de in het verweerschrift en ter zitting gegeven toelichting. Daarvoor is van belang dat verweerder uitgaat van de veronderstelling dat de betreffende in het exceloverzicht geregistreerde vrachtwagens van [naam 3] alleen voor appellante rijden en geen andere ritten – die niet zijn beschreven in het overzicht – hebben uitgevoerd. Het College stelt echter vast dat, daar waar in het overzicht veronderstelde ketens van ritten met dezelfde vrachtwagen geel zijn gemarkeerd, het gelet op de tijdaanduiding niet is uitgesloten dat de betreffende vrachtwagen in de tussentijd voor een ander bedrijf een vervoeropdracht heeft uitgevoerd, al dan niet met een bestemming buiten Nederland. Daarmee zou de keten kunnen zijn doorbroken met als gevolg dat de cabotageregels niet zijn overtreden. Verweerder heeft op de zitting desgevraagd bevestigd dat dat niet is uitgesloten. Gelet hierop kan op grond van de data in het exceloverzicht dan ook niet met zekerheid worden vastgesteld in welke gevallen sprake is van overtreding van de cabotageregels door [naam 3] , ook al omdat verweerder geen navraag bij [naam 3] heeft gedaan naar de ritgegevens of anderszins onderzoek heeft uitgevoerd om uit te sluiten dat ook andere ritten hebben plaatsgevonden. Het College ziet in het inspectierapport evenmin onderbouwing voor verweerders veronderstelling dat [naam 3] uitsluitend voor appellante rijdt. Verslagen van afgelegde verklaringen waaruit dit zou kunnen worden afgeleid bevinden zich niet onder de stukken. Aan de gegevens in het exceloverzicht kan naar het oordeel van het College dan ook niet de waarde worden gehecht die verweerder daaraan hecht.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CBB:2021:854

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *