CRvB 5 oktober 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:2443 – maximale hoogte boete verhoogd nádat overtreding al was aangevangen = toepassen oude boetehoogte.

4.4.4. Het college heeft de boete vastgesteld op de maximale geldboete die op grond van artikel 20a van de IOAW, in samenhang met artikel 2, zevende lid van het Boetebesluit kan worden opgelegd. Uitgaande van normale verwijtbaarheid heeft het college de hoogte van de boete vastgesteld op 50/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het college is daarbij uitgegaan van een strafmaximum van € 8.200,- dat ten tijde van het opleggen van de boete gold. In het geval van appellant is echter sprake van een situatie waarin de overtreding een aanvang heeft genomen op 1 januari 2013 en is doorgelopen na 1 januari 2013. Dit betekent dat voor wat betreft de hoogte van de maximumboete aangesloten moet worden bij het maximumboetebedrag zoals dat op 1 januari 2013 gold, te weten € 7.800,-. Zie de uitspraak van 10 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2149. Hieruit volgt dat in de situatie van appellant de boete moet worden bepaald op € 5.200,-, te weten 50/75 vermenigvuldigd met het bedrag van de derde categorie zoals dat gold op 1 januari 2013 (€ 7.800,-)

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:CRVB:2021:2443

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *