Rb. Amsterdam 9 oktober 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4912 – Vovo – gebruiker OV is geen belanghebbende bij COVID-19 handhaving

5. De voorzieningenrechter acht het niet onjuist dat verweerder verzoeker niet heeft aangemerkt als belanghebbende in de zin van de Awb. Daarbij is van belang dat verzoeker vooralsnog onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een eigen en persoonlijk belang heeft bij het handhavingsverzoek, dat hem in voldoende mate onderscheidt van andere reizigers. Verzoeker voert aan dat het gevaar op besmetting met COVID‑19 aanzienlijk toeneemt, maar het is de voorzieningenrechter onduidelijk waarom dit voor andere reizigers niet zou gelden.

6. Verzoeker stelt voorts dat alternatief vervoer redelijkerwijs niet van hem kan worden verlangd. Hierin ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat het in de eerste plaats op de weg van verzoeker ligt om zijn reisprobleem op te lossen. De omstandigheid dat verzoeker op zijn werkplek in Amsterdam aanwezig moet zijn, maakt het vorenstaande niet anders. Uit het aangevoerde kan de voorzieningenrechter niet opmaken dat verzoeker daar niet toe in staat is.

7. Gelet hierop bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen en is het verzoek kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:4912

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *