Rb. Rotterdam 25 augustus 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7353 – handhaven tegen een enkele overtreder nalv meldingen van derden niet in strijd met gelijkheidsbeginsel

6.2. Het nalevingstoezicht door de NVWA en de bevoegdheid van verweerder tot boeteoplegging is niet afhankelijk van klachten van consumenten of een handhavingsverzoek van een concurrent. De toezichthouder is immers bevoegd tot het ambtshalve verrichten van nalevingstoezicht en sancties worden door bestuursorganen in de meeste gevallen ambtshalve en niet op verzoek opgelegd. Voor zover eiseres betoogt dat verweerder in strijd met het verbod van willekeur handelt door haar een bestuurlijke boete op te leggen en andere overtreders ongemoeid laat, slaagt dit evenmin. Naar vaste rechtspraak wordt geaccepteerd dat bestuursorganen een beperkte opsporings- en sanctiecapaciteit hebben en dat er bij de handhaving daarom keuzes moeten worden gemaakt. Zolang die keuzes inzichtelijk worden gemaakt is er in beginsel geen sprake van willekeur of strijd met het gelijkheidsbeginsel. Zo kan een bestuursorgaan bij de handhaving bijvoorbeeld kiezen voor het doen van themaonderzoeken, kan het starten met handhaving tegen de ergste overtredingen en kan het zijn handhavingscapaciteit mede inzetten aan de hand van meldingen door derden (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1), de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) van 15 mei 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:145) en de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 24 december 2019 (ECLI:NL:RBROT:2019:10418)). Indien het bestuursorgaan de gedragslijn volgt om handhavend op te treden tegen slechts één overtreder of uitsluitend op basis van klachten, terwijl meerdere branchegenoten soortgelijke overtredingen begaan, dan kan dit een aanwijzing vormen dat sprake is van willekeur. In dit geval is de inspectie van de website verricht naar aanleiding van meldingen over de website van eiseres, onder meer van andere aanbieders van elektronische sigaretten die door verweerder zijn beboet, wat met de bijlagen bij het verweerschrift is onderbouwd en wat ook volgt uit de verstrekking aan eiseres van documenten in het kader van een verzoek op grond van de Wob. Nu niet is gesteld dat uitsluitend onderzoek is gedaan naar de website van eiseres en andere internetaanbiedingen van elektronische sigaretten ongemoeid worden gelaten, bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder heeft gehandeld in strijd met het verbod van willekeur door de overtreding van eiseres te doen opsporen en die te beboeten.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBROT:2020:7353

Dit vind je misschien ook leuk...